TOKIO - De financiële crisis zet de economie van Japan onder zware druk. Terwijl de belangrijkste beursgraadmeter van Tokio, de Nikkei-index, maandag op het laagste peil van de afgelopen 26 jaar sloot, kreunt de exportsector onder de steeds duurder wordende yen.

De Nikkei-index, die vorige week al zware verliezen leed, ging maandag nog eens 6,4 procent achteruit. Met een stand van 7162,90 punten sloot de graadmeter op het laagste punt sinds 1982. Vooral de grote banken kwamen zwaar onder vuur te liggen.

Moedige stappen
Minister van Financiën Shoichi Nagakawa kondigde maandag aan dat de Japanse regering op korte termijn "moedige stappen" zal zetten om de vrije val van de beurzen te stoppen. De minister gaf daarbij aan dat short-selling, het met geleende aandelen speculeren op koersdalingen, met ingang van 4 november verder aan banden zal worden gelegd.

Door de onrust op de internationale financiële markten is de Japanse yen de afgelopen tijd fors in waarde gestegen. Maandag naderde de munt zijn hoogste waarde tegenover de dollar van de afgelopen dertien jaar. Ten opzichte van de euro werd de hoogste stand sinds 2002 bereikt.

Geleende yens
De opmars van de yen wordt mede veroorzaakt doordat veel internationale beleggers zich terugtrekken uit beleggingen die zij hebben gefinancierd met goedkoop geleende yens. De afgelopen jaren maakten beleggers op grote schaal gebruik van de lage rente in Japan, door yens te lenen om die in het buitenland te beleggen. Doordat veel van die leningen nu worden afbetaald, is er een grote vraag naar de yen. Hierdoor stijgt de koers van de Japanse munt sterk.

De dure yen schaadt de concurrentiepositie van Japanse exporteurs, die hun producten steeds duurder zien worden voor de afnemers in de Verenigde Staten en Europa.

Bezorgd
De groep van zeven rijkste industrielanden, de G7, gaf maandag in een officiële verklaring aan "bezorgd " te zijn over de sterke koersschommelingen van de Japanse yen. Deze zouden de stabiliteit van de wereldeconomie bedreigen. De financiële beleidsmakers van de zeven landen, de Verenigde Staten, Japan, Groot-Brittannië, Canada, Duitsland, Frankrijk en Italië, gaven aan bereid te zijn samen in te grijpen als dat nodig is.

Analisten interpreteerden de G7-verklaring als een initiatief van de Japanse regering, die vreest dat de dure yen Japan in een diepe recessie zal drijven.