De Amerikaanse overheid steunt actief de productie van ethanol als alternatief voor olie. Het grote aanbod van ethanol in combinatie met de stijging van de maïsprijzen hebben recent geleid tot een tijdelijke dip in de productie van ethanol.

Door Fred Huibers | Het Haags Effektenkantoor

Glaasje in, en dan rijden
Ethanol is een soort alcohol dat wordt geproduceerd door vergisting van suikers en maïs. In de Verenigde Staten wordt voor de productie voornamelijk gebruikgemaakt van maïs. Ethanol kan als brandstof worden gebruikt. Ook is het biologisch afbreekbaar en leidt het tot vermindering van CO2-uitstoot.

Vandaag de dag heeft de jaarlijkse productie van ethanol in de VS een omvang van maar liefst 24,6 miljard euro. Voordat ethanol voor de huidige doeleinden gebruikt werd, werd in Amerika al eeuwenlang bourbon gemaakt van maïs. In de jaren '70 besloot echter een aantal Amerikanen dat het belangrijk was de afhankelijkheid van buitenlandse energie te verkleinen.

President's change of mind
Hoewel de boeren machtige bondgenoten hadden in Washington, hadden zij in eerste instantie een zware tegenstander aan de oliemaatschappijen. Deze zagen ethanol als mogelijke concurrentie en vonden dat de overheidssteun maar een 'staatscadeautje' was.

President George W. Bush sloot zich hierbij aan, waardoor de ethanol industrie tijdens zijn presidentsjaren op geen enkele politieke steun kon rekenen. Toen Bush junior daarentegen net na zijn aantreden als president werd geconfronteerd met nine eleven, was er voor hem genoeg reden om de voordelen van ethanol te zien. Waarom olie kopen van de vijand, als je ook voor jezelf kan zorgen?

Big energy's change of mind
Op Wall Street kregen de eerste investeerders interesse in de industrie. In mei 2003 kocht Morgan Stanley Capital Partners - de private equity arm van de bank - Aventine Renewable Energy, een producent van ethanol met plantages in Illinois and Indiana. De transactie kostte 75 miljoen dollar. Al binnen zeven maanden werd dit bedrag bijna twee keer terugverdiend aan dividenden.

De steun van de politiek kwam in 2004 met de wet die raffinaderijen middels een belastingvoordeel stimuleerden om ethanol met brandstof te mengen. Door toenemende zorgen over 'global warming' en stijgende brandstofprijzen werd de druk om verdere stappen te ondernemen groter. De Amerikaanse overheid stelde voor brandstofproducenten te verplichten om ethanol als mengmiddel te gebruiken.

Hoewel dit voorstel omstreden was, kwam er uiteindelijk steun uit onverwachte hoek: de olie industrie. Dit kwam grotendeels omdat de industrie op zoek was naar een geschikt substituut voor het middel methyl tert-butyl ether (MTBE). MTBE werd tot dan toe gebruikt als mengmiddel voor brandstof, maar voldeed niet meer aan de milieu-eisen van verschillende Amerikaanse staten.

Overdaad schaadt
De steun van de oliemaatschappijen zorgde voor een belangrijk omslagpunt: de Energy Policy Act of 2005 werd aangenomen en speculeerders stortten zich vol overgave op de industrie.

Er werden buitenproportionele bedragen geïnvesteerd in bedrijven die soms nog geen druppel vloeistof hadden geproduceerd. In zeer korte tijd ontstond een ongewenst en extreem aanbod van ethanol, doordat een groot aantal (nieuwe) ethanol plantages een 'graantje' mee probeerden te pikken van de hype. Als gevolg hiervan daalden de prijzen van ethanol, terwijl de maïsprijzen juist aanzienlijk stegen door de toegenomen ethanol productie.

Overmatig enthousiast
Achteraf is gebleken dat investeerders overmatig enthousiast zijn geweest. Er was weliswaar een periode van groei in de industrie en ook was de economie de industrie gunstig gestemd. Beleggers hadden er echter niet van mogen uitgaan dat elk beleggingsjaar er één zou zijn als het piekjaar 2006. Het vele geld dat via Wall Street de industrie binnenstroomde, kon de onrealistische verwachtingen onmogelijk waarmaken en zorgde voor de recente daling.

Ondanks deze dip, is de industrie nog steeds erg veelbelovend. Een goede reden om positief gestemd te zijn is dat er gewerkt wordt aan methoden om de vermeende relatie tussen prijsstijgingen van maïs en de productie van ethanol verwaarloosbaar te maken.

Zo ontwikkelen Monsanto en DuPont momenteel een nieuwe maïs variant waarmee een veel grotere oogst beoogd wordt op hetzelfde stuk grond. Daarmee lijkt de basis te zijn gelegd voor een opleving van de productie van ethanol.