Nog geen tien jaar geleden waren Japanse banken de zwakke broeders onder soortgenoten. Nu de rest van de wereld diep in de schulden zit en elke vorm van hulp omarmt, slaat Japan terug: met opgeschoonde balansen en veel besteedbaar geld.

Door Fred Huibers | Het Haags Effektenkantoor

Rap rentree
Japan komt terug in een 'on-Japans' tempo: 22 september kwam Mitsubishi UFJ Financial (MUFG) overeen om USD 8,4 miljard te betalen voor een belang in Morgan Stanley, nadat de grootste bank van Japan in augustus al een investering deed van USD 3,5 miljard in de in San Francisco gevestigde bank, UnionBanCal.

Ondertussen heeft Nomura, de grootste zakenbank van Japan, de activiteiten van Lehman Brothers gekocht in Europa, Azië en het Midden-Oosten. Kenichi Watanabe, Nomura's nieuwe CEO, noemde de deal 'a once-in-a-generation opportunity'. Ook andere Japanse instellingen kijken naar kansen in het buitenland. Eerder dit jaar hebben Sumitomo Mitsui Financial Group (SMFG) en Mizuho beide USD 1 miljard geïnvesteerd in Barclays en Merrill Lynch. En voordat Warren Buffet zijn steun betuigde, overwoog SMFG al om Goldman Sachs aan liquiditeiten te helpen.

In de clinch
Hoewel zakenbanken als Nomura in Japan gigantisch zijn, zijn zij buiten Japan dwergen ten opzichte van de Amerikaanse zakenbanken. Met de gedane aankopen hopen zij dan ook buiten de eigen grenzen succesvoller te worden, geholpen door de expertise van de Amerikanen op het gebied van advisering bij internationale fusies en overnames.

Het succes van de Japanners hangt echter ook sterk samen met hun vermogen problemen op te lossen die gegarandeerd ontstaan door cultuurverschillen tussen Japanners en Amerikanen. Zo is typisch aan Japanse bedrijven, dat zij loyaliteit en lifetime employment prijzen en voorstander van nivellering. Amerikanen hebben daarentegen juist geen moeite met jobhopping, hechten weinig waarde aan het aantal dienstjaren en zijn overtuigd voorstander van prestatiebeloning.

Belangrijk personeel behouden zal voor de Japanse banken door deze culture clash een lastige klus worden. Ook zal de benodigde koppeling van de IT systemen zal - gezien de matige voortvarendheid die Japanse bedrijven op dit gebied aan de dag leggen - niet zonder slag of stoot verlopen.

Toen en nu
Japan heeft in de jaren '80 al eerder belangen gekocht in Amerikaanse banken. Toen het land echter in de problemen raakte door slechte leningen en een gebrek aan kapitaal, werden deze belangen met verlies verkocht. De nu gedane aankopen lijken goedkoper. Wel moet meegenomen worden dat de Amerikaanse banken nu in grote problemen verkeren.

Het risico is aanwezig dat winsten de eerste jaren dun zijn en de regelgeving voor de instellingen ingrijpend wordt verscherpt. Ook hangt de angst voor een recessie natuurlijk steeds meer in de lucht.

Best man to do the job
Ondanks de denkbare risico's en nadelen, lijkt Japan de meest geschikte kandidaat om het tij te keren voor de financiële instellingen. Geen enkel ander land heeft immers meer ervaring in het verhelpen van een crisis van deze omvang als Japan. Daarbij hebben Japanse banken een sterkere positie omdat zij minder blootgesteld zijn aan de subprime problematiek. De interesse van Japan mag tenslotte als hoopgevend signaal gezien worden van het herstel van de Amerikaanse financials.

Japan, met een goed zicht op hoe lang deze crisis zou kunnen aanhouden, heeft de groei in Amerika hard nodig omdat haar eigen regio tekortschiet. Hun keuze voor Amerikaanse financials lijkt dus een strategische te zijn.

Fred Huibers is partner bij Het Haags Effektenkantoor