ROTTERDAM - De opbrengst van woningverkopen bij executieveilingen ligt gemiddeld 37 procent onder de marktprijs. Dit blijkt uit een onderzoek van Dirk Brounen en Paul Rijk van de Erasmus Universiteit.

De wetenschappers bekeken de veiling van 703 huizen. In 290 van de gevallen ging het om executieveilingen, waarbij huizenbezitters door de bank worden gedwongen hun huis te verkopen. De rest van de woningen werd vrijwillig geveild.

Gat
Op basis van kenmerken van de woningen, zoals het aantal vierkante meters, stelden de onderzoekers een marktprijs vast. Deze vergeleken ze met de uiteindelijke veilingprijs. Hieruit kwam het verschil van 37 procent bij exexcutieveilingen. In het geval van vrijwillige verkoop bedroeg het gat tussen opbrengst en marktprijs slechts 3 procent.

Volgens Brounen, die hoogleraar financiering en vastgoed is, is een van de belangrijkste verklaringen dat kopers bij executieveilingen weinig zicht hebben op eventuele extra kosten. "Waar bij een reguliere verkoop op de vrije markt potentiële kopers zich persoonlijk op voorhand kunnen vergewissen van de staat van onderhoud van het pand, moeten bieders op een executieveiling in veel gevallen vertrouwen op het oordeel en de informatie van de tegenpartij."

Kosten
Behalve de kosten die achterstallig onderhoud met zich meebrengt spelen volgens Brounen nog meer zaken. Kopers zouden te maken kunnen krijgen met betalingsachterstanden bij de Vereniging van Eigenaren of met kosten die eventuele verhuur van het pand met zich meebrengt.

De reguliere veilingen die de onderzoekers hebben bekeken zijn transparanter. "Bij gewone veilingen zie je dat het beter gaat. Mensen weten daar waar ze aan beginnen", aldus de hoogleraar.