DEN HAAG - De Staat werkt mee aan de onmiddellijke aflossing van schulden van in totaal ongeveer 50 miljard euro die de Nederlandse Fortis-bank nog heeft bij het moederconcern. Hiervoor stelt De Nederlandsche Bank (DNB) onder meer een overbruggingskrediet beschikbaar.

Dat blijkt maandag uit een brief van premier Jan Peter Balkenende en minister Wouter Bos (Financiën) waarin ze de
Tweede Kamer inlichten over de volledige overname van alle Nederlandse Fortis-activiteiten. Het kabinet maakte het akkoord, dat na dagenlange onderhandelingen met België en Luxemburg was bereikt, vrijdag bekend. Het behelst een investering van 16,8 miljard euro.

Het akkoord vervangt de overeenkomst die ruim een week geleden werd gesloten en waarin ons land voor 4 miljard een
belang van 49 procent nam in de Nederlandse Fortis-bank.

Steun
Volgens Balkenende en Bos bleek al snel na die actie dat er meer nodig was om het vertrouwen in de Belgisch-Nederlandse bankverzekeraar te herstellen. Het gebrek aan vertrouwen bleek vooral uit het ophalen van geld en het vertrek van een groot aantal zakelijke klanten. Fortis moest om die reden steeds vaker een beroep doen op steun van de centrale banken in Nederland en België.

Van alle werkende opties, zoals bijvoorbeeld de verkoop van Fortis of ABN Amro, bleek volgens het kabinet uiteindelijk
alleen een 100-procentsbelang van de overheid in alle Nederlandse Fortis-activiteiten voldoende om de stabiliteit te
garanderen. In de brief benadrukt Bos dat hij vorige week de Tweede Kamer echt niets kon melden over de lopende
onderhandelingen over het nieuwe overheidsingrijpen.

Bemoeien
Het kabinet kondigt aan dat de Staat als aandeelhouder zich actief zal bemoeien met benoemingen voor de raden van bestuur en raden van commissarissen. Ook bij nieuwe afspraken over beloningen zal het kabinet zijn invloed laten gelden.

Balkenende en Bos benadrukken dat er aan de arbeidsvoorwaarden van personeel van Fortis en ABN Amro niets verandert. De medewerkers worden dus geen rijksambtenaren, schrijven ze in de brief. De twee overgenomen banken mogen bovendien geen concurrentievoordeel hebben tegenover andere banken in ons land.