AMSTERDAM - Strategische doelen zijn belangrijker voor de keuze van het verplaatsen van activiteiten van dienstverlenende bedrijven dan lage kosten. Bedrijven en overheden moeten ook beter anticiperen op de toenemende mobiliteit van diensten, werknemers en kapitaal.

Deze conclusies trekt Désirée van Gorp in haar onderzoek over 'offshoring door dienstverleners', waarop zij op aanstaande donderdag aan de Nyenrode Business Universiteit zal promoveren.

Dienstverlenende bedrijven kunnen door de verplaatsing van kernactiviteiten naar het buitenland (offshoring) makkelijker toeleveranciers en klanten volgen en op die manier eerder buitenlandse markten betreden. Verder vergroten de dienstverleners hiermee hun flexibiliteit en hebben zij toegang tot een nieuw, adequaat en hoog opgeleid arbeidspotentieel.

Lage lonen
Productiebedrijven kiezen vaak voor landen met een laag inkomensniveau, maar zo werkt het volgens Van Gorp niet voor de dienstverlening. Voor deze sector zijn hoog opgeleid personeel, culturele overeenkomsten en een goede bescherming van intellectuele eigendom doorslaggevend voor een land als offshore locatie.

Verder blijkt uit het onderzoek dat niet alleen grote bedrijven kiezen voor het verplaatsen van de activiteiten, maar dat het MKB net zo actief is op dit terrein.

Overheid
De promovendus concludeert ook dat overheden beter op de hoogte zouden moeten zijn van de ontwikkelingen rond offshoring door dienstverleners. Ook bedrijven moeten zich meer bewust zijn van het feit dat de keuze voor de manier van offshoring een lange termijn visie vergt.

Eerder publiceerde Van Gorp al onderzoeksresultaten die de dienstverleners centraal stelden in plaats van de productiebedrijven. Zij was daarmee de eerste die dat deed.