Werknemers die hun werk willen onderbreken om meer tijd aan hun kinderen te besteden, kunnen ouderschapsverlof opnemen. Dit onbetaald verlof bedraagt maximaal dertien keer de wekelijkse arbeidsduur.

Iedereen die minimaal een jaar in dienst is bij de overheid of het bedrijfsleven en ouder of verzorger is van een kind dat jonger is dan acht jaar, heeft recht op ouderschapsverlof. De werkgever is verplicht het verlof toe te kennen.

Beide ouders mogen voor ieder kind onder de acht jaar verlof opnemen. Dit geldt ook voor werknemers met een adoptiekind, pleegkind of stiefkind. Voorwaarde is dat het kind bij hen inwoont.

Duur verlof
Het totaal aantal uren ouderschapsverlof is de gemiddelde arbeidsduur per week, gerekend over dertien weken. Een werknemer die 32 uur per week werkt, heeft dus recht op 32 x 13 = 416 uur ouderschapsverlof. Normaal gesproken bespreken werkgever en werknemer hoe het verlof verdeeld gaat worden. De standaardregeling mag de werkgever in ieder geval niet weigeren: dit is verlof van maximaal de helft van het aantal arbeidsuren gedurende zes maanden.

Het is ook mogelijk om het verlof op een andere manier te spreiden. Bijvoorbeeld door het over een langere periode dan zes maanden uitsmeren, door meer uren verlof per week op te nemen, of door het op te splitsen in twee of drie gedeelten van elk minimaal een maand. De werkgever mag andere vormen dan de standaardregeling overigens wel weigeren, maar dan op grond van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

Aanvraag
De werknemer moet het ouderschapsverlof minimaal twee maanden van tevoren schriftelijk bij de werkgever aanvragen. Hierin vermeldt hij op welke datum hij het verlof in wil laten gaan, het aantal uren, de gewenste spreiding en de duur van de verlofperiode. Als het ouderschapsverlof moet aansluiten op het zwangerschaps- en bevallingsverlof, vermeldt de werknemer de vermoedelijke datum waarop het verlof in moet gaan.

Onbetaald
De werkgever hoeft geen loon door te betalen tijdens het ouderschapsverlof; het is dus een onbetaald verlof. Bij cao of in de aanvullende arbeidsvoorwaarden kunnen andere afspraken zijn gemaakt. Werknemers kunnen ook voor verlof sparen, en wel via de levensloopregeling. Het tegoed dat de werknemer op de levensloopspaarrekening opbouwt, kan hij dan gebruiken om het inkomen bij ouderschapsverlof aan te vullen.

Heffingskorting
Wie deelneemt aan de levensloopregeling en ouderschapsverlof heeft, komt mogelijk in aanmerking voor de ouderschapsverlofkorting. Deze korting bedraagt vijftig procent van het minimumloon per werkdag (30,81 euro). Het betreft een heffingskorting; de Belastingdienst trekt het bedrag af van de loonbelasting.