DEN HAAG - In de Tweede Kamer zijn nog veel vragen en heerst scepsis over het Nederlandse voorstel om lidstaten van de Europese Unie zelf een reserve te laten aanleggen waarmee financiële instellingen in nood kunnen worden geholpen.

Dat bleek donderdag tijdens de tweede dag van de financiële beschouwingen. De Kamer wil meer duidelijkheid over de zeggenschap over het fonds en over de afstemming binnen Europa wanneer er ingegrepen zou moeten worden. PVV en D66 vroegen zich hardop af of de overheid met zo'n fonds banken juist niet de ruimte geeft om nog meer risico's te nemen.

Het voorstel van premier Jan Peter Balkenende en minister Wouter Bos (Financiën) is erop gericht om in Europa gelijksoortige systemen te hebben om in te kunnen grijpen als het banken slecht gaat. Nu heeft bijvoorbeeld Ierland er voor gekozen om een volledige garantie te geven op alle tegoeden bij de grootste banken van het land. Bos betitelde dat als een hele dure maatregel.

Vertrouwen
Volgens Bos zou er "een geweldig signaal van vertrouwen" kunnen uitgaan van de noodreservering. De EU-lidstaten zouden dan laten zien "dat we er tegenop gewassen zijn als er iets gebeurt". Volgens ingewijden stelt ons land voor alle lidstaten een reserve van 3 procent van het bruto nationaal product voor. Voor Nederland zou het dan gaan om ongeveer 18 miljard euro.

Woendag bleek dat Frankrijk tijdens een top van de grote landen van de Europese Unie dit weekeinde plannen wil bespreken voor een 300 miljard euro kostend reddingsplan voor de financiële sector. De Duitse regering heeft al laten weten niets te zien in het plan.

Frankrijk
Frankrijk is op dit moment voorzitter van de Europese Unie. Zaterdag komen de leiders van Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië in Parijs bijeen om te praten over de kredietcrisis.

Premier Jan Peter Balkenende heeft donderdagmiddag een ontmoeting met de Franse president Nicolas Sarkozy. Volgens Bos lijkt het Franse plan "wel heel erg veel op wat wij de afgelopen weken hebben ingebracht".