UTRECHT - De onderwijsbonden zijn vooralsnog niet bereid opnieuw te overleggen over de cao voortgezet onderwijs. De bonden wil dat besturen en scholen zich voor 10 oktober in een vergadering uitspreken over het onderhandelingsakkoord.

De VO-raad, de werkgeversorganisatie voor het voortgezet onderwijs, heeft laten weten het onderhandelaarsresultaat af te wijzen. Op 12 september kwamen de partijen overeen dat de werkdruk voor leraren omlaag gaat. Met ingang van het komende schooljaar hoeven leraren met een volledige baan niet meer dan 728 uur les te geven.

Volgens de werkgevers leggen de werknemers die afspraak verkeerd uit. De VO-raad stelt dat de bonden op grond van de afspraken claimen dat leraren voortaan twee weken per jaar minder lesgeven. Volgens de VO-raad zou dat alleen mogen gelden voor leraren met een dienstverband voor de volledige werktijd. De VO-raad meent dat de cao door de uitleg van de bonden 100 miljoen euro duurder zal uitpakken en onbetaalbaar zal worden.

Cao
De werkgevers willen een snelle hervatting van het overleg. Door de nieuwe cao gaan de kosten voor onderwijspersoneel de komende twee jaar met 8 procent omhoog. Het betreft een loonsverhoging van 7 procent en 1 procent voor de verlaging van de werkdruk, heeft de VO-raad becijferd.

"Ik teken direct voor een cao van 8 procent", zegt voorzitter Sjoerd Slagter van de VO-raad. "Ik werk niet mee aan een cao die het lerarentekort nog groter maakt. Die zorgt voor meer lesuitval en die gaat ten koste van de leerlingen."

Leden
Een week nadat het onderhandelaarsakkoord was bereikt, reageerde vicevoorzitter Ton Rolvink van de AOb "verbijsterd" op de beslissing van de VO-raad het akkoord niet aan de leden voor te leggen. De bonden zeggen "de woordbreuk" van de VO-raad hoog op te nemen. Als de raad zich niet bedenkt, zijn de bonden van plan acties te voeren om naleving van het akkoord af te dwingen.