AMSTERDAM - Het lijkt erop dat ook de bouwsector de gevolgen van de vertragende economische groei begint te voelen. In augustus heeft het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB) in de sector opnieuw krimpende werkvoorraden geconstateerd.

"Dit zou een eerste signaal kunnen zijn dat ook in de bouw de gevolgen van de stagnerende groei van de economie merkbaar zijn", aldus het instituut donderdag. Volgens het EIB is al sinds april een lichte neerwaartse trend waar te nemen. De komende maanden moeten volgens het instituut aantonen of de sector inderdaad last heeft van de afkoelende economie.

De werkvoorraden, weergegeven in de orderportefeuilles, krompen zowel in de burgelijke- en utiliteitsbouw (B&U) als in de grond-, water- en wegenbouw (GWW) met 0,4 maand. De bedrijven in de B&U hadden eind augustus nog voor 8,4 maanden werk onder handen, de GWW-bedrijven 6,6 maanden.

Personeel
Uit de zogeheten conjunctuurmeting van het EIB bleek verder dat de sector op grote schaal verwacht personeel aan te nemen, ondanks de economische omstandigheden. In augustus rekende 15 procent van de B&U-bedrijven erop meer personeel aan te nemen. Dat is wel bijna een halvering ten opzichte van 27 procent in juni. In de GWW-branche dacht 28 procent van de bedrijven aan werving tegen 12 procent in juni. De wegenbouw sprong er hier uit met een vervijfvoudiging tot 34 procent.

Slechts 1 procent van de GWW-bedrijven verwacht dat het personeelsbestand zal slinken. In de B&U is dit 5 procent.