OPTA gaat kabelaars dwingen hun infrastructuur open te stellen voor derden. Consumenten kunnen hetzelfde basispakket straks bij meerdere aanbieders halen en daarnaast nieuwe digitale pakketten afnemen.

Robert Bitter | Logica

Opvallend is vooral dat OPTA noch alle kabelaars, noch alle potentiële concurrenten gelijk behandeld.  De aanpak zit vernuftig in elkaar, maar is lastig te implementeren.

Het wil nog niet echt vlotten met de concurrentie in de distributie van radio en televisie. Er zijn satellietschotels, Digitenne groeit als kool, en voor de liefhebbers is er IP televisie. In alle huishoudens die op deze manieren televisie kijken, heeft echter ongeveer de helft dat erbij. Een kleine 85 procent kijkt in Nederland daarom (ook) via de kabel. Voor toezichthouder OPTA een al te riante positie voor de kabelaars. OPTA dwingt daarom de grote kabelaars hun infrastructuur toegankelijk te maken voor derden.

Bundelen
De eerste mogelijkheid die OPTA aan concurrenten geeft, is het doorverkopen van het analoge pakket dat de kabelaar nu biedt. Partijen, zoals bijvoorbeeld Alice, kunnen hiermee televisie gaan bundelen met hun ADSL aanbod. Als kijker krijgt u daarmee dus helemaal niets nieuws, maar er komen wel meer partijen die een alles-in-één pakket leveren en steeds meer consumenten willen dat.

Naast de doorverkoop van het analoge pakket kunnen concurrenten hun eigen digitale pakket samenstellen. De kabelaar moet hiervoor toegang geven niet alleen tot de coax maar ook tot de set-top box. Hier wordt het interessant voor consumenten die wat anders willen bekijken dan hetgeen de kabelaar aanbiedt.
Opvallend is dat OPTA de mate van openheid af laat hangen van de grootte van de kabelaar. Ziggo en UPC moeten concurrenten beide opties geven.

Bij CAIW en Delta moet het digitale platform open, maar het analoge pakket wordt niet doorverkocht. Bij de kleinere spelers blijft de kabel dicht. Hoe groter de kabelaar, hoe meer ‘gedoe’ hij ten behoeve van de concurrentie moet accepteren, vindt OPTA. Ook aan de kant van de concurrenten maakt OPTA onderscheid: KPN krijgt geen toegang tot de kabelinfrastructuur.

Ringen
Kabelnetwerken liggen in ringen. Dat maakt openbreken veel lastiger dan bij het KPN netwerk. Concurrenten krijgen geen verbindingen die fysiek zijn losgekoppeld uit het netwerk. Al het aanbod moet daarom op die ene coaxkabel die bij iedereen langs de voordeur loopt. Vandaar dat OPTA concurrenten geen alternatief analoog aanbod toestaat. Analoge zenders nemen vier tot tien keer meer ruimte in dan digitale en daarom is er geen plaats voor meerdere analoge pakketten. Bovendien is het praktisch onuitvoerbaar per huishouden de toegang tot analoge pakketten te regelen.

De vraag wordt nu; hoeveel ruimte er is voor additioneel digitaal aanbod? Behalve internet en telefonie bieden genoemde kabelaars 24 tot 35 analoge en zo’n 120 digitale televisiekanalen. Nieuwe HDTV zenders vragen extra ruimte. Wat moet er gebeuren wanneer meerdere concurrenten zich melden met verschillende pakketten? Hoeveel aanbieders kunnen worden toegelaten? Hoeveel ruimte krijgen die aanbieders? Moeten de kabelaars hun eigen aanbod daarvoor inkrimpen?

Met haar plannen toont OPTA zich evenwichtskunstenaar op een kabel die maar beperkte ruimte voor concurrentie laat. Maar de concrete invulling moet nog komen. Dat wordt lastig want er zijn flinke dilemma’s, sterke spelers en grote belangen. De uitkomst zal dan ook nog even op zich laten wachten. De kabel krijgt er dus een boeiende serie bij. Ik verwacht courtroom drama.

Robert Bitter is Principal Consultant bij Logica Management Consulting