De consument lijkt maar geleidelijk bewust te worden van het feit dat de kredietcrisis ook persoonlijke gevolgen zou kunnen hebben. Enig economisch wantrouwen lijkt dan ook gerechtvaardigd.

Door Danny Geerken | Het Haags Effektenkantoor

September vorig jaar zette de keldering van het Nederlandse consumentenvertrouwen zich in waarna het pessimisme in een snel tempo de overhand kreeg. Afgelopen maand meette het CBS een daling van min 19 naar min 31, de op één na scherpste daling ooit die duidt op 31 procent meer pessimisten dan optimisten.

De koopbereidheid daalde deze maand eveneens fors. De terugval van 8 punten is slechts één keer eerder voorgekomen.

Indicator
Het consumentenvertrouwen is een belangrijke indicator voor de consumentenbestedingen. Het geeft informatie over het vertrouwen en de verwachtingen van consumenten over de ontwikkelingen van zowel de algemene economische als de eigen financiële situatie.

De koopbereidheid van consumenten is het onderdeel van consumentenvertrouwen dat gebaseerd wordt op de informatie over de persoonlijke financiële situatie van de consument. Veel economen zijn van mening dat dit onderdeel meer voorspellende waarde heeft. Koop-bereidheid gaat immers vooraf aan consumentenbestedingen en is een belangrijke aanjager van economische groei.

Invloed op de economie
Er wordt regelmatig onderzocht in hoeverre een kanteling in het vertrouwen betekenis heeft voor de Nederlandse economie. Vanuit een rationeel standpunt zou er niet meer besteed worden en daarmee het bedrijfsleven hard geraakt worden. Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat consumenten alles behalve rationeel handelen.

Zo liet het consumenten-vertrouwen in Nederland vlak na het uitbreken van de kredietcrisis de scherpste daling ooit zien. Dit belette de consument echter geheel niet om geld te blijven uitgeven. Op de zaterdag voor de kerstdagen werd zelfs een recordaantal pintransacties geteld. Ook de vertrouwensdip als gevolg van de Aziëcrisis had geen enkel effect op de daadwerkelijke bestedingen in Nederland. Sterker nog, de bestedingen kenden een versnelde groei tussen 1998 en 1999.

Motivaties
Economen zoeken naar de minst ongrijpbare motivaties die schuilen achter de veranderingen in het bestedingsgedrag van consumenten. Dat is niet altijd even gemakkelijk aangezien er veel onderbuikgevoelens meespelen.Volgens een rapport van DNB dat vorig jaar verscheen, baseert de Nederlandse consument zijn vertrouwen voornamelijk op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt, de beurs, de huizenmarkt en de door hem ervaren inflatie.

Op korte termijn schijnen daarbij psychologische factoren als het weer, terrorisme en - verrassend genoeg - de prestaties van het Nederlands elftal een significante invloed te hebben.

Daadwerkelijk koopgedrag
Het verband tussen consumentenvertrouwen en het daadwerkelijke koopgedrag kan enigszins ontrafeld worden wanneer gekeken wordt naar de vertaling van het sentiment in gedrag. De consument blijkt zich maar geleidelijk bewust te (willen) worden van het feit dat externe zaken als een kredietcrisis ook persoonlijke consequenties zouden kunnen hebben.

Die consequenties moeten voor hem echt voelbaar zijn in de eigen omgeving, zoals boodschappen die duurder worden of het ervaren van een krimpende arbeidsmarkt. Al meerdere keren is aangetoond dat op deze wijze een vertraging ontstaat tussen het sentiment en het werkelijke koopgedrag, die telkens een periode van 9 maanden behelst.

Verrassing
Dit keer is deze periode aanzienlijk korter en vallen de sterke afname in het vertrouwen en de vertraging in de reële economie bijna samen. Woensdag 6 augustus lekte het nieuws uit dat Duitsland, de sterkste economie van Europa, in het tweede kwartaal met een vertraging van de groei te maken heeft gekregen van maar liefst 1 procent.

Een zeer vervelende verrassing, zeker gezien het feit dat analisten juist waren uitgegaan van groei. Wanneer deze afname donderdag 14 augustus door het federaal bureau voor de statistiek wordt bevestigd, duidt de beweging op een ernstige stagnatie die ook consequenties zal hebben voor de rest van Europa.