AMSTERDAM - Als een werknemer na 104 weken nog steeds arbeidsongeschikt is voor zijn eigen functie stopt de verplichting tot loondoorbetaling, ook al heeft de medewerker ander passend werk gedaan. Dit geldt niet als het nieuwe werk expliciet wordt vastgelegd in een nieuwe arbeidsovereenkomst.

In juli 2005 raakt een callcentermedewerkster arbeidsongeschikt door een burn-out. Een jaar later aanvaardt ze ander passend werk, maar in april 2007 is ze ook daarvoor arbeidsongeschikt. In juli 2007 stopt de werkgever na 104 weken de loondoorbetaling. Terecht, meent de kantonrechter.

De hoofdregel is dat de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst met de daarin bedongen arbeid ongewijzigd in stand blijft, ook al aanvaardt de medewerker tijdens ziekte ander passend werk. Zou dat andere werk echter uitdrukkelijk de nieuwe bedongen arbeid worden, dan gaat deze regel niet op. In dat geval zou bij deze medewerkster in april 2007 een nieuwe periode van 104 weken zijn gestart.