NEW YORK - De beurzen in New York duikelden maandag fors omlaag. Hernieuwde zorgen over meer afschrijvingen in de financiële sector drukten het sentiment.

De Dow-Jonesindex van dertig toonaangevende fondsen noteerde een verlies van 239,61 punten, ofwel 2,1 procent, op 11.131,08 punten. De breed samengestelde S&P 500 zakte 23,39 punten (1,9 procent) tot 1234,37 punten. De technologiebeurs Nasdaq daalde 46,31 punten (2 procent) naar 2264,22 punten.

Beleggers reageerden onder meer op het feit dat de overheid vrijdag de controle over twee in de problemen geraakte kleine banken overnam. "Iedere keer als een bank onderuit gaat, of het nou een grote of een kleine is, dan hebben we een probleem. Het geeft aan dat we nog niet buiten de gevarenzone zijn", aldus een Amerikaanse analist.

Verliezers
Financiële aandelen moesten het op de beurs weer ontgelden. Citigroup daalde 7,5 procent, terwijl Merrill Lynch zelfs 11,6 procent verloor. Bank of America ging ruim 5 procent omlaag. Ook JPMorgan Chase en Morgan Stanley leverden in, gemiddeld 4,8 procent. De grootste verliezer in de Dow was verzekeraar AIG. Het fonds ging ruim 12 procent achteruit.

De geplaagde hypotheekverstrekkers Freddie Mac en Fannie Mae, die aanvankelijk hoger koersten, konden zich uiteindelijk ook niet aan de malaise in de financiële sector onttrekken. De fondsen gingen respectievelijk 6,7 en 10,7 procent omlaag. De Amerikaanse Senaat keurde een reddingsplan voor de bedrijven goed. Eerder gaf het Huis van Afgevaardigden al zijn goedkeuring.

Resultaten waren er van telecomconcern en Dow-fonds Verizon Communications en levensmiddelenbedrijf Kraft Foods. Verizon verloor op de beurs 2,5 procent, omdat uit de cijfers bleek dat de vastetelefoniedienst van het bedrijf steeds zwakker presteert. Kraft Foods ging bijna 5 procent omhoog, nadat het zijn omzet- en winstverwachting had verhoogd.

Belang
Alcoa was de enige stijger in de Dow met een plus van 2,7 procent. De aluminiumproducent kreeg een duwtje in de rug, toen bekend werd dat aandeelhouder Higfields Capital zijn belang wilde uitbreiden van 2 naar 8 procent.

Autoproducent General Motors ging 7,6 procent omlaag. Het bedrijf wil de productie van trucks en zogenoemde SUV's verder terugdringen.

Biotechnologiebedrijf Amgen zag zijn koers met 12,2 procent stijgen. Het bedrijf kwam naar buiten met een positieve studie over zijn experimentele medicijn tegen botontkalking.

Olie
De olieprijs liep op, met 1,3 procent tot 124,81 dollar per vat lichte Amerikaanse olie. Dit werd mede veroorzaakt door nieuwe aanvallen op oliepijplijnen van Shell in Nigeria, Afrika's grootste olie-exporteur. Exxon Mobil noteerde een min van 1,3 procent. Chevron ging 0,1 procent omlaag. ConocoPhillips steeg 0,3 procent.

Op de valutamarkt was de euro 1,5741 dollar waard, tegen 1,5753 dollar bij het slot van de Europese beurzen.