NEW YORK - Luchtvaartmaatschappijen bezuinigen op hun lange afstandsvluchten als gevolg van de hoge brandstofprijzen. Veel vluchten van circa twaalf uur of langer zijn al geschrapt. Dat blijkt uit een rondgang langs luchtvaartmaatschappijen waarover The Wall Street Journal dinsdag berichtte.

Nieuwe vliegtuigen van Airbus en Boeing zijn inmiddels in staat ruim achttien uur door te vliegen en passagiers te vervoeren naar bestemmingen die eerder alleen met een of meerdere tussenstops konden worden bereikt. Maar dergelijke lange vluchten zijn naar verhouding veel duurder dan kortere routes omdat het brandstofverbruik veel sterker stijgt. Deze kosten worden niet of nauwelijks gecompenseerd door de hogere prijs die maatschappijen voor non-stop vluchten kunnen vragen.

"Om ver te vliegen, heeft het toestel veel kerosine aan boord nodig en om de brandstof te vervoeren, gebruikt de machine ook meer brandstof", aldus een ingenieur. Een vlucht van achttien uur kost ongeveer twee keer zo veel aan brandstof als dezelfde vlucht met drie tussenstops.