DEN HAAG - Een meerderheid van de Tweede Kamer botst met minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) over het aanscherpen van de bijverdienregeling van jongeren met een Wajong-uitkering.

Door het bijverdienen voor jonggehandicapten die op hun 18e aankloppen voor een uitkering minder lucratief te maken, hoopt Donner dat ze sneller kiezen om zelfstandig hun geld te verdienen.

Nu mogen jonggehandicapten hun uitkering met betaald werk tot 120 procent van het minimumloon aanvullen. Dat wil Donner vanaf 2010 voor Wajongers tussen hun 18e en 27e jaar beperken tot 100 procent van het minimumloon. Zo wordt deze groep volgens hem met de nodige ondersteuning en extra scholing gestimuleerd om aan de slag te komen in een betaalde baan.

Hervormen
Het kabinet wil in 2010 de Wajong hervormen voor nieuwe gevallen. Mensen die deels nog kunnen werken, moeten naast hun uitkering zoveel mogelijk aan de slag. Net als nu wordt hun inkomen zo nodig aangevuld tot 75 procent van het minimumloon.

Op dit moment worden volgens Donner nog veel mensen op hun 18e ten onrechte volledig afgekeurd voor de arbeidsmarkt en afhankelijk gemaakt van een uitkering. De minister waarschuwt voor "een gouden kooi voor de rest van iemands leven".

Arbeidsongeschikt
Op de 27e verjaardag van Wajongers wil Donner pas definitief laten bekijken hoe arbeidsongeschikt ze zijn en in hoeverre ze hun capaciteiten inzetten om te werken. Dan zouden ze eventueel alsnog 120 procent van het minimumloon kunnen krijgen, als ze goed presteren.

Maar een Kamermeerderheid, zowel regeringspartijen als oppositiepartijen SP, GroenLinks en PVV, is bezorgd over de kansen op de arbeidsmarkt van de jonggehandicapten. Ook vinden ze dat werken meer moet lonen en wijzen ze de manier af waarop Donner verdiensten van jonggehandicapten wil verrekenen met hun uitkering.