Een manager met de kop in het zand is geen alledaags gezicht. Toch komt het in veel organisaties voor dat managers niet doen waarvoor ze zijn aangesteld.

Uit een onderzoek onder een dwarsdoorsnee van managend Nederland is gebleken dat managers in staat zijn te vluchten voor verantwoordelijkheden waar ze een hekel aan hebben.

Voor de auteurs van 'Managers zijn struisvogels' was dit aanleiding tot een grootschalig empirisch onderzoek naar vluchtgedrag onder managers. Zij hebben gezocht naar factoren die vluchtgedrag veroorzaken: is het de persoon (persoonlijkheid, leiderschapsstijl, kennis), de omgeving die op drift is, of de organisatie? Of misschien wel ‘bad luck' of een slechte match?

Macht
Tijdens hun zoektocht laten de auteurs diverse onderwerpen de revue passeren. Zo beschrijven ze wat vluchtgedrag inhoudt en hoe managerial no-go areas (MNGA's) ontstaan. Ze gaan in op persoonlijke eigenschappen van leidinggevenden, de kwaliteit van de relatie tussen managers en hun medewerkers, en de relatie tussen macht en vluchtgedrag. Verder zetten ze corporate governance af tegen een benadering vanuit inhoud en maatschappelijke effecten. En tot slot kijken ze naar de toekomst van de managementpraktijk: de invloed van virtualisering en van netwerkvorming binnen en tussen bedrijven.

'Managers zijn struisvogels' biedt u niet alleen gedachten, opinies en vermoedens, maar ook nieuwe empirische data, geïllustreerd met aansprekende praktijkvoorbeelden. Vanwege het uitgebreide onderzoek vormt dit boek een waardevolle aanvulling op de managementliteratuur.