Lichtere straf ExxonMobil voor olieramp Alaska

WASHINGTON - Het federale Hooggerechtshof in de Verenigde Staten heeft de miljardenboete die olieconcern ExxonMobil kreeg voor de olieramp met de Exxon Valdez in 1989 fors verlaagd. Dat heeft de hoogste gerechtelijke instantie van het land woensdag bekendgemaakt.

In plaats van 2,5 miljard dollar moet 's werelds grootste oliemaatschappij 507,5 miljoen dollar betalen aan gedupeerden van de ramp met de tanker Exxon Valdez. Dit schip liep in 1989 aan de grond in Alaska en verloor daarbij ruim 41 miljoen liter ruwe olie. Ongeveer 1900 kilometer kustlijn werd besmeurd en duizenden zeedieren en honderdduizenden vogels kwamen om

Het Hooggerechtshof oordeelde dat de boete van 2,5 miljard dollar, opgelegd door een lagere rechtbank, overdreven was en moet worden teruggebracht tot de daadwerkelijke schade voor onder andere vissers en landeigenaren.
Beroep
In eerste instantie werd in 1994 een boete opgelegd van 5 miljard dollar. Na een reeks beroepszaken stelde het federale hof van beroep boete uiteindelijk vast op 2,5 miljard dollar.

ExxonMobil maakte woensdag bezwaar tegen de door het Hooggerechtshof uitgesproken boete. Het bedrijf zei tot nu toe al 3,5 miljard dollar te hebben gestoken in de kwestie.

ExxonMobil heeft geen geld opzij gezet om de boete te betalen, maar voor een negatieve invloed op de resultaten hoeft het bedrijf niet te vrezen. ExxonMobil haalde vorig jaar een recordwinst van 40,6 miljard dollar. In het eerste kwartaal van 2007 deed het bedrijf er nog geen dag over een omzet van een half miljard dollar binnen te halen.
 

Tip de redactie