DELFT - Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf zijn slecht te spreken over de arbeidsbemiddeling in Nederland. Ruim de helft vindt de werklozen die het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), uitkeringsinstantie UWV en gemeenten naar hen doorsturen onvoldoende gemotiveerd om te komen werken.

Bovendien beschikken zij vaak niet over de juiste opleiding.

Dat blijkt uit onderzoek dat MKB Nederland, de werkgeversorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf, heeft laten uitvoeren. CWI en UWV zijn onvoldoende op de hoogte van wat voor mensen het bedrijfsleven zoekt.

Capaciteiten
Daarnaast hebben ze te weinig inzicht in de capaciteiten en motivatie van de werkzoekenden die zij aan werk proberen te helpen. Op die manier vindt de werkloze geen baan en de ondernemer geen geschikt personeel, aldus MKB Nederland.

Ruim de helft van de mkb-ondernemingen zegt de komende twaalf maanden extra personeel nodig te hebben. Acht op de tien hebben veel moeite geschikte mensen te vinden. De bedrijven hebben behoefte aan een vaste adviseur die het bedrijf kent en helpt bij het werven van mensen. De overheid moet zo snel mogelijk zorgen voor minimaal 250 van deze adviseurs, vindt MKB Nederland.

Sneller
Het CWI moet veel sneller in kaart brengen wat werkzoekenden die zich inschrijven, kunnen, welke opleiding ze hebben en welke scholing eventueel nodig is. Dat moet al in de eerste twee weken na inschrijving geschieden, in plaats van na zes maanden zoals nu gebeurt. Daarmee gaat kostbare tijd verloren omdat iemand juist de meeste kans heeft op een baan wanneer hij nog maar kort werkloos is.

Uit het onderzoek blijkt verder dat vrijwel geen enkele onderneming iets ziet in het plan van staatssecretaris Ahmed Aboutaleb om gemeenten de arbeidsbemiddeling te laten uitvoeren.