AMSTERDAM - De ontvanger heeft onrechtmatig gehandeld door tot versnelde invordering, beslaglegging en executie over te gaan zonder dat verduisteringsgevaar aanwezig was. Dat besliste de rechter in Zwolle in een afgelopen week op Rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraak.

Het ging in dit geval om een visfileerder aan wie op 11 maart 2003 een naheffingsaanslag loonheffingen werd opgelegd. Reden daarvoor was dat uit een boekenonderzoek was gebleken dat de vishandelaar zijn werknemers (gedeeltelijk) zwart uitbetaalde.

De ontvanger ging over tot versnelde invordering en liet eveneens op 11 maart 2003 een dwangbevel aan de visfileerder betekenen. Op 11 maart 2003 werd verder ook executoriaal beslag gelegd op diens roerende zaken, waaronder de inventaris. De zaken werden vervolgens verkocht. Met ingang van 10 april 2003 werd het visfileerbedrijf opgeheven.  

Geen verduisteringsgevaar
De vishandelaar maakte bezwaar bij de inspecteur tegen de naheffingsaanslag en hij werd uiteindelijk in het gelijk gesteld. Vervolgens stelt de vishandelaar de ontvanger wegens onrechtmatig handelen aansprakelijk voor de door hem geleden schade. Hij stelt onder andere dat de ontvanger ten onrechte tot versnelde invordering was overgegaan omdat er niet sprake was geweest van gegronde vrees voor verduistering.

De rechter stelde de vishandelaar in het gelijk. De ontvanger had namelijk niet aannemelijk gemaakt dat er een gegronde vrees voor verduistering bestond die versnelde invordering rechtvaardigde. De algemene stelling van de ontvanger dat de boekhouding van de visfileerder ondeugdelijk was, was niet voldoende voor het aannemen van redelijkerwijs te verwachten vrees voor verduistering.

Schadevergoeding
Conclusie was dat de ontvanger onrechtmatig had gehandeld, wat tot schade bij de vishandelaar had geleid. Door het afvoeren van de inventaris werd de visfileerder de kans ontnomen om het bedrijf verder op te bouwen. De ontvanger moest de schade vergoeden.