AMSTERDAM - Op de uitzendkracht die een bedrijfsongeval is overkomen, rust niet de plicht om te bewijzen hoe het ongeluk precies heeft kunnen gebeuren, aldus de rechter in Leeuwarden in een onlangs op Rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraak.

Het ging in dit geval om een uitzendkracht die als productiemedewerker in dienst was bij uitzendbureau Dactylo. De uitzendkracht werd uitgeleend aan een bedrijf dat zich bezighield met straal- en spuitwerkzaamheden.

Op 20 september 2003 raakte de uitzendkracht door een bedrijfsongeval gewond aan zijn rechterhand. Terwijl hij tijdens werkzaamheden bezig was met een spuitpistool, spoot er met kracht verf uit dat pistool, die in de weke delen van zijn rechterhand is terechtgekomen.

De man moest zich onder behandeling van een arts stellen en kon een aantal dagen niet werken. Daarna hervatte hij zijn werkzaamheden, hoewel hij ten gevolge van het arbeidsongeval een forse langdurige functiebeperking van zijn rechterhand had opgelopen.

Schadevergoeding 
De uitzendkracht wilde dat Dactylo hem de schade vergoedde die hij had geleden door het bedrijfsongeval. Dactylo wees de aansprakelijkheid echter van de hand. De uitzendkracht bracht de zaak voor de rechter.

De rechter stelde allereerst vast dat niet precies vaststond hoe het ongeval met het spuitpistool precies had kunnen gebeuren. Wanneer de precieze toedracht van het ongeval onduidelijk blijft, komt dat niet voor risico van de werknemer, maar van de werkgever. Een en ander geldt ook in de verhouding tussen een uitzendkracht en een uitzendbureau, aldus de rechter.

Vervolgens besliste de rechter dat Dactylo terkortgeschoten was in haar zorgverplichting omdat zij de uitzendkracht niet voldoende had geïnstrueerd. Dactylo moest de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade aan de uitzendkracht vergoeden.