Een ondernemer die een bedrijf start denkt niet onmiddellijk aan oudedagsvoorzieningen. Toch is dat wel aan te bevelen omdat er voor ondernemers vele mogelijkheden bestaan om, naast de AOW als basisvoorziening, op een fiscaal gunstige wijze te sparen voor later.

Het gaat om:
- de fiscale oudedagsreserve (FOR);
- fiscaal aftrekbare lijfrenten;
- banksparen;
- oudedagsvoorzieningen bij staken van de onderneming;
- particuliere pensioenverzekeringen;
- sparen in box 3.

Drie van deze onderdelen staan hieronder kort toegelicht.

Fiscale oudedagsreserve
Een ondernemer kan jaarlijks ten laste van zijn winst een bedrag aan de fiscale oudedagsreserve toevoegen. De fiscale oudedagsreserve is geen pensioenvoorziening, maar een faciliteit die slechts uitstel van belastingheffing geeft. De reserve geeft eigenlijk alleen het bedrag weer waarover pas in de toekomst belasting betaald moet worden. Dit kan verder uitgesteld worden door na het beëindigen van de onderneming - of tussentijds - de oudedagsreserve onbelast om te zetten in een lijfrente.

Voor het vormen van de fiscale oudedagsreserve moet in eerste instantie worden voldaan aan het urencriterium (zie voor het urencriterium het onderdeel Belastingvoordelen voor de zzp'er). Tevens moet de ondernemer bij aanvang van het kalenderjaar jonger zijn dan 65 jaar. Het vormen van een fiscale oudedagsreserve is geen verplichting. Het is echter niet mogelijk minder dan 12 procent (van de winst met een maximum van 11.227 euro) toe te voegen. Een kwestie dus van alles of niets.

Let op
Een ondernemer kan de fiscale oudedagsreserve toepassen wanneer hij aan het urencriterium van 1225 uur per jaar voldoet. Wanneer de ondernemer ook in loondienst is of nevenverdiensten heeft ('resultaat uit andere werkzaamheden'), moet hij minstens 50 procent van de totale arbeidstijd aan de onderneming besteden.

Banksparen
Vanaf 1 januari 2008 is het mogelijk om een pensioen op te bouwen via Banksparen. Dit is een nieuwe fiscale faciliteit voor sparen via een speciale lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht. Deze nieuwe producten worden aangeboden door de banken en andere financiële instellingen. Banksparen is in principe goedkoper dan de verzekeringsvarianten voor pensioen, omdat er minder kosten in rekening worden gebracht.

De regeling komt er in het kort op neer dat de inleg in een dergelijke speciale lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht fiscaal gelijk wordt behandeld als premies die worden betaald voor een lijfrenteverzekering.

Sparen in box 3
Opgebouwd privévermogen kan ook heel goed dienen als pensioen. In box 3 belast de fiscus de inkomsten uit sparen en beleggen. Niet de werkelijk genoten inkomsten worden belast, maar een forfaitair vastgesteld rendement van de privévermogensbestanddelen te weten: 4 procent, voor zover ze niet zijn uitgezonderd.

Dit rendement komt tot stand aan de hand van het verschil tussen de gemiddelde waarde van de bezittingen en de waarde van de schulden - aan het begin en aan het einde van een kalenderjaar. Elke belastingplichtige heeft een zogeheten heffingsvrij vermogen. Dit is voor 2008 20.014 euro. Partners kunnen er voor kiezen het heffingsvrij vermogen waarop zij samen recht hebben, bij een van beiden in aanmerking te nemen.

Voor belastingplichtigen met kinderen jonger dan achttien jaar geldt nog een vrijstelling van 2674 euro (2008) per kind. De eerste 2700 euro aan schulden laat de fiscus buiten beschouwing.

Let op
Het uiteindelijke forfaitaire rendement wordt belast tegen een vast tarief van 30 procent, de zogenoemde rendementsheffing. In box 3 kan geen verlies ontstaan. Deze box leent zich - vanwege de relatief lage belastingdruk - dus uitstekend voor het opbouwen van een oudedagsvoorziening.

Bron: Zelfstandig ondernemen Zonder Personeel door mw. C.W.P. Wapperom en mr. J.G.S. Warmerdam, Uitgeverij Kluwer, 2008