VOORBURG - Ruim 1,1 miljoen mensen volgden in 2006 een opleiding in het niet-bekostigd onderwijs. Dat kunnen cursussen zijn voor werk of vrije tijd, maar ook langere opleidingen, zoals accountancy of een havo- of vwo-opleiding aan een commercieel instituut.

Dat blijkt uit gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag heeft gepubliceerd. Het betekent dat 10,6 procent van de inwoners van Nederland (tussen 17 en 65 jaar) een cursus volgt. Dat aandeel is sinds 2003 licht gedaald.

Voor 79 procent van de deelnemers hadden de opleidingen een relatie met het werk. Bijvoorbeeld om promotie te kunnen maken, om ander werk te kunnen doen of om de kans op werk te vergroten. Ruim 30 procent van de deelnemers heeft een bedrijfsopleiding gevolgd.

Schriftelijk
In 2006 volgde 12 procent van de deelnemers schriftelijk een cursus. Slechts 8 procent deed voltijds een opleiding. Gemiddeld duurt een niet-bekostigde opleiding ongeveer een jaar, het verschil in duur is groot: van maximaal een week tot drie jaar of langer.

Van de bevolking met een diploma hoger onderwijs volgde 16 procent een cursus. Dat is veel meer dan bij de lageropgeleiden. Van de bevolking van 17 tot 65 jaar met ten hoogste een vmbo-opleiding volgde 6 procent een opleiding. Bij de havo/vwo/mbo-opgeleiden was dat 11 procent.

Jongeren
Op de cursusmarkt zijn vooral mensen tussen de 25 en 44 jaar actief. Vanaf het 45ste levensjaar neemt de deelname geleidelijk af. Bij jongeren is de deelname lager omdat zij vaak nog gewoon naar school gaan en dus bekostigd onderwijs volgen.