AOMORI - De grote industrielanden lijken voorlopig te berusten in de hoge prijzen die zij betalen voor olie. Zondag riepen zij in ieder geval het oliekartel OPEC niet op de olieproductie te verhogen.

Op een bijeenkomst van de ministers van Energiezaken van de G8 in het Japanse Aomori werd de nadruk gelegd op efficiënter omgaan met energie en op de ontwikkeling van alternatieven voor fossiele brandstoffen.

De G8-top, bijgewoond door bewindslieden van de Verenigde Staten, Canada, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Rusland, vond plaats op een beladen moment. Vrijdag steeg de prijs van een vat olie met meer dan 10 dollar naar een recordniveau van boven de 139 dollar.

Energierekening
Voor olie wordt nu al 44 procent meer betaald dan begin dit jaar en het dubbele van een jaar geleden. Consumenten merken dit aan een hogere energierekening en aan hogere prijzen aan de pomp. Ook bedrijven worden met hogere kosten geconfronteerd. Vooral transportbedrijven en vissers zijn in het nauw gekomen.

"Op de korte termijn zijn er maar weinig oplossingen", verklaarde de Amerikaanse minister van Energie, Sam Bodman, dit weekeinde berustend. Volgens zijn Canadese collega Gary Lunn moet er meer worden geïnvesteerd in technologieën die de afhankelijkheid van olie verminderen.

Dwang
De Australische minister Kevin Rudd had de G8 er nog toe opgeroepen "een brander" onder de OPEC te zetten, om het oliekartel te dwingen tot een hogere productie, maar daarvan was in de slotverklaring van de G8-ministers niets terug te vinden.

Dat was ook niet zo vreemd, gezien de diverse belangen van de aanwezige bewindslieden. De Verenigde Staten zijn bijvoorbeeld als 's werelds grootste olieconsument gebaat bij een lagere olieprijs, terwijl Rusland als olie-exporteur juist veel verdient aan olie.

Speculanten
Bovendien hebben vertegenwoordigers van de OPEC herhaaldelijk verklaard dat zij de markten niet meer onder controle hebben. Speculanten zouden met geleend geld de prijzen sterk opdrijven.

Zuid-Korea besloot zondag het armste deel van zijn bevolking, zo'n 14 miljoen inwoners, deels te compenseren voor de gestegen energiekosten. De regering in Seoul stelt daarvoor in totaal 10,5 miljard won (6,5 miljard euro) beschikbaar. Een deel van het geld is ook bedoeld voor vrachtwagen- en buschauffeurs.