AMSTERDAM - Een werkneemster wordt tijdens haar ziekte door haar werkgever op staande voet ontslagen omdat ze voor een vriend hielp met zijn verbouwing, zonder daar betaling voor te ontvangen. De werkgever meent dat de werkneemster haar restcapaciteit eerst aan hem had moeten aanbieden.

De werkneemster heeft zich in juni 2006 ziek gemeld wegens een burn-out. In november dat jaar wordt ze op staande voet ontslagen omdat ze bij een vriend aan het klussen is. De werkneemster protesteert en stelt dat ze zich beschikbaar heeft gehouden voor haar werk, met inachtneming van haar arbeidsongeschiktheid. De kantonrechter acht de reden die de werkgever aanvoert onvoldoende voor ontslag. Deze laatste gaat in hoger beroep.

Het Hof maakt korte metten met hem: de werkgever heeft geen plan van aanpak opgesteld voor de re-integratie; vanaf het moment van het intreden van de arbeidsongeschiktheid heeft hij geen voorstel gedaan voor passende arbeid; en de arbodienst heeft niet aangegeven welke werkzaamheden van de werkneemster werden verwacht om tot een re-integratie bij de werkgever of elders te komen. Het niet melden van de nevenwerkzaamheden vormt geen reden voor ontslag op staande voet.