Op pensioengebied staat Nederland in het buitenland hoog aangeschreven, maar we dreigen die positie nu snel kwijt te raken. De Nederlandse overheid reageert namelijk niet goed op Europese ontwikkelingen.

Wim Koeleman - PricewaterhouseCoopers

Internationaal opererende bedrijven hebben met verschillende pensioenstelsels te maken. Dat is lastig, inefficiënt en kostbaar. Het opzetten van een Europees pensioenfonds voor de hele EU zou al veel problemen wegnemen.

Daarnaast kampen kleinere ondernemingspensioenfondsen steeds meer met nieuwe regel- en wetgeving. De laatste jaren zijn veel van die fondsen om die reden verdwenen. Het is daarom hoog tijd dat er een vehikel komt waarin deze fondsen kunnen samenwerken, waardoor ze van de verkregen schaalgrootte kunnen profiteren.

API
De Nederlandse overheid heeft deze problemen wel al gesignaleerd en de aanzet tot een zogenoemde API (algemene pensioeninstelling) gegeven. Maar op dit moment is er alleen nog maar een wetsvoorstel ter consultatie voor een API met een veel te beperkte werkingssfeer, namelijk de premiepensioeninstelling (PPI).

Die mag alleen maar pensioengelden beleggen voor rekening en risico van de deelnemer, en dat is geen echte stap vooruit ten opzichte van de bestaande mogelijkheden. Terwijl andere landen volop bezig zijn met het oprichten van hun eigen API's met een ruime werkingssfeer, maakt Nederland ondertussen zijn ambities niet waar.

Grensoverschrijdend
De API is onder meer bedoeld om grensoverschrijdend te kunnen werken. Daarbij wordt, kort gezegd, de organisatie in compartimenten opgedeeld waardoor de administratie van de verschillende 'nationale' deelnemers gescheiden blijft. De ingelegde premies worden echter wel samengevoegd waardoor ze gezamenlijk belegd kunnen worden.

Een Amerikaanse multinational bijvoorbeeld die in meerdere Europese landen is gevestigd, kan op zo'n manier zijn pensioenregeling onderbrengen in één API, die dus wel de wetten respecteert van elk deelnemend land, maar verder profiteert van allerlei schaalvoordelen. Een API is dus een uitstekende manier om Nederland op de kaart te houden als excellerend, concurrerend pensioenland.

Teleurstellend
De ministers Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Bos van Financiën hebben eind vorig jaar in een nota aan de Tweede Kamer de contouren van de toekomstige API geschetst. Maar die nota was teleurstellend.

Uit het document wordt bijvoorbeeld niet duidelijk aan welke fiscale eisen een API moet gaan voldoen en welke financiële buffer (dekkingsgraad) ze aan moeten houden. Ook is er geen tijdspad genoemd. De nu voorgestelde PPI is zoals gezegd nog veel te beperkt. Dat helpt Nederland niet vooruit.

Europa
Ondertussen zitten andere landen niet stil. Europese lidstaten als Ierland, België en Luxemburg hebben inmiddels hun eigen pensioenvehikels met ruime uitvoeringsmogelijkheden opgericht, waarmee ze de internationale pensioenmarkt op gaan.

Enkele Nederlandse multinationals dreigen inmiddels naar één van die landen over te stappen met hun internationale pensioenregelingen. Terwijl landen, waarmee we de concurrentiestrijd volop aan moeten kunnen, hun eigen API's hebben, zitten wij API's te kijken.
 
Wim Koeleman is partner bij PricewaterhouseCoopers en gespecialiseerd in pensioenen