DEN HAAG - De aanpak van witwaspraktijken schiet in Nederland tekort. Het witwassen van illegaal verkregen geld wordt onvoldoende voorkomen en de kans op ontdekking en bestraffing van de daders is klein. Dat constateert de Algemene Rekenkamer in een dinsdag gepubliceerd rapport.

Onderzoekers van de Rekenkamer vinden dat de resultaten achterblijven bij de ambities en prioriteiten die de laatste vijf kabinetten hebben uitgesproken. "We concluderen dat de prestaties nog tegenvallen."

Het aantal witwaszaken dat opsporingsdiensten aanleverden bij het Openbaar Ministerie (OM) is tussen 2005 en 2006 weliswaar ruimschoots verdubbeld tot 767, maar ten opzichte van een totaal van 34.500 verdachte transacties gaat het nog altijd om een klein deel. Jaarlijks wordt naar schatting 18,5 miljard euro witgewassen in Nederland.

Capaciteit
De Rekenkamer concludeert dat onder meer de politie en het OM over onvoldoende capaciteit en financiële deskundigheid beschikken om witwaspraktijken goed te kunnen bestrijden. De opsporingsdiensten en het OM hebben ook te weinig oog voor het belang van financieel rechercheren. En criminelen die opgepakt worden voor witwassen, hoeven slechts bij uitzondering hun illegaal verkregen geld af te staan.

De ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken en Financiën sturen volgens de Rekenkamer hun opsporingsdiensten niet op de juiste manier aan. Zij hebben geen inzicht in de resultaten van de strijd tegen witwassen. Dat komt doordat er geen concrete doelen bestaan en er nauwelijks prestatieafspraken worden gemaakt. De verantwoordelijk ministers zouden, volgens de Algemene Rekenkamer, duidelijker de regie op zich moeten nemen.

Maatregelen
De bewindslieden stellen in een reactie dat het Rekenkamer-rapport geen volledig beeld schetst omdat de preventieve werking van hun maatregelen niet is meegenomen. Verder menen zij dat de onderzoekers zich op onjuiste maatstaven baseren.

De Rekenkamer heeft ook gekeken naar de resultaten bij de aanpak van terrorismefinanciering. Die ontwikkelen zich niet volgens plan omdat de financiering van terreurdaden minder lijkt voor te komen dan verwacht. Bovendien gaat het vaak om kleine geldstromen, die banken en andere financiële instellingen nauwelijks opvallen. Van 2002 tot 2007 hebben opsporingsdiensten 85 zaken aangeleverd bij het OM die te maken hebben met terrorismefinanciering.