AMSTERDAM - Maar liefst 85 procent van de Nederlandse bedrijven die kennis en productie verplaatsen naar het buitenland ('offshoring'), is ontevreden over de resultaten daarvan. Dit blijkt volgens Het Financieele Dagblad uit onderzoek van de Rotterdam School of Management.

Gebrek aan ervaring met offshoringstrategieën en moeizame ervaringen met buitenlandse partners zijn belangrijke knelpunten.

Cultuurverschillen blijken vaak groter dan gedacht, kennisoverdracht blijkt lastig en vaak is er teleurstelling over de kwaliteit van de samenwerking. Ook worden de extra kosten vaak onderschat. Bedrijven die wél succes boeken bij offshoring hebben meestal meer dan de helft van het eigendom in de buitenlandse deelneming.

Investeringen
In het algemeen presteren Nederlandse bedrijven de laatste jaren financieel beter en investeren ze meer in research & development (r&d). Toch is het rendement op r&d bij kleinere bedrijven relatief laag.

Uit het onderzoek blijkt dat kleine bedrijven innovatie minder scheiden van de reguliere productie. Dan dreigen het belang van efficiency op korte termijn en het belang van vernieuwing op lange termijn door elkaar te gaan lopen. Kleine bedrijven zouden zich verder nog kunnen verbeteren door onderling kennis uit te wisselen en r&d-faciliteiten te delen.

Topinstituut
De Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2008, een onderzoek onder 10.000 Nederlandse bedrijven en organisaties, wordt dinsdag tijdens een congres in Rotterdam gepresenteerd. Daarbij wordt een nieuw topinstituut (Inscope) gelanceerd dat gaat onderzoeken hoe het innovatievermogen van Nederlandse bedrijven en instellingen kan worden verhoogd.