Volgens de Onderwijsinspectie gaat het niet goed met het burgerschapsonderwijs in Nederland, zo bleek onlangs uit een rapport. Volgens de inspectie is de kennis over burgerschap van leerlingen uit groep 8 nu iets lager dan in 2009. Terwijl in dat jaar de conclusie van een rapport al was dat die kennis "ver onder het gewenste resultaat" lag.

Oproep

  • Op zoek naar de oorzaak zouden we graag in contact komen met leerkrachten of schooldirecteuren in het basis- of voorgezet onderwijs die willen vertellen over hun ervaringen met het vak burgerschapsonderwijs. Wil jij hieraan meewerken? Laat het ons dan weten door redacteur Lennart 't Hart te mailen op lennart@nu.nl of door te reageren op dit bericht.

Burgerschapsonderwijs moet leerlingen die vaardigheden bijbrengen waarmee ze mee kunnen doen in een "diverse en democratische samenleving die voortdurend verandert". Leerlingen leren bijvoorbeeld hoe de democratie in elkaar zit, hoe je met verschillen en conflicten omgaat en wat maatschappelijke verantwoordelijkheid is.

Ook leren ze over de vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid, discriminatie en homoseksualiteit. Ze moeten die kennis ook kunnen omzetten in het toepassen van die waarden. Kinderen leren bijvoorbeeld debatteren en omgaan met mensen met een andere mening.

Basis- en middelbare scholen hebben de wettelijke plicht om burgerschapsonderwijs te geven. Op 1 augustus 2021 trad hiervoor een nieuwe wet in werking.

Kun je de reactiesectie niet vinden? Klik bovenin of onder dit bericht op de knop waar 'reacties' staat om naar de reacties te gaan. Daar kun je jouw reactie of opmerking achterlaten.