Omdat we op ons reactieplatform NUjij zagen dat veel lezers vragen over China hadden, zat Frans-Paul van der Putten, China-expert van het onderzoeksinstituut Clingendael, vrijdag een uur lang klaar om al jullie vragen te beantwoorden.

Willem_op_de_Tribune: Er zijn economen die denken dat China op enig moment de nieuwe economische grootmacht van de wereld wordt. Is dat een reële verwachting?

In mijn ogen is China nu al een economische grootmacht. Voor veel landen in de wereld is China de grootste handelspartner. Dat geldt ook voor onze grootste handelspartner Duitsland. China is tevens de grootste handelsnatie ter wereld.

De omvang van de economie is nu nog kleiner dan de Amerikaanse, maar veel economen verwachten dat China binnen een jaar of tien de grootste economie ter wereld zal zijn, omdat de Chinese economie structureel sneller groeit dan de Amerikaanse.

Dave_1: Moet de Rotterdamse haven bang zijn voor het Belt and Road-initiatief? Bestaat de mogelijkheid dat het goederenverkeer via een andere haven gaat lopen of dat de Rotterdamse haven in handen van de Chinezen valt?

Het zou niet gunstig zijn voor de haven, en daarmee voor Nederland, als de goederenstromen onder invloed van China naar andere landen verlegd worden, en ook niet als China in staat is strategische invloed uit te oefenen in of via de haven.

Om het eerste risico te voorkomen zou samenwerken met China helpen, maar dat kan juist weer tot het tweede risico leiden. Het is daarom van belang een tussenweg te vinden. Overigens is het niet waarschijnlijk dat de haven zelf in Chinese handen valt; die is eigendom van de Nederlandse staat.

Dave_1: In hoeverre heeft China zijn internationale positie kunnen versterken in verband met COVID-19? Zijn landen een samenwerking met China aangegaan om de coronasituatie te boven te komen, of is China juist zelf aangetast door deze pandemie?

Door COVID-19 heeft China extra veel producten kunnen exporteren. Mensen over de hele wereld die thuiswerken of in een lockdown zitten, kopen (online) veel spullen zoals computers, meubels en fitnessapparaten. Vaak komen die uit China. De Chinese economie herstelde zich ook eerder van de coronapandemie dan de westerse economieën.

De Chinese regering probeert tevens de diplomatieke banden met andere landen aan te halen door noodhulp te geven. Veel arme landen kunnen alleen bij China (en Rusland) terecht voor vaccins, omdat westerse vaccins te duur zijn en voor het overgrote deel al gekocht worden door rijkere landen.

Aan de andere kant is China vorig jaar ook flink getroffen door de COVID-19-uitbraak en is het reizen tussen China en andere landen maar heel beperkt mogelijk.

Basf: Tot en met de Olympische Spelen van 2008 was China erg open. Inmiddels lijkt er een nationale wind te waaien waarbij sommige restaurants zelfs expliciet buitenlanders willen weren. Hoe is deze ommezwaai in sentiment onder de Chinese bevolking ontstaan? En wat was het kenterpunt vanuit het beleid van de partij?

Kort na de Olympische Spelen van 2008 werden China en veel andere landen geraakt door de financiële crisis. Dat was een belangrijk moment; China kreeg meer zelfvertrouwen omdat het snel uit de crisis kwam, maar de Chinese leiders zagen ook dat het hoge tempo van economische groei waarschijnlijk niet op lange termijn vol te houden was.

In de daaropvolgende jaren werd China nationalistischer. Waarschijnlijk is dat proces aangemoedigd door de Communistische Partij om draagvlak voor haar bestuur onder de bevolking te houden. Omdat er geen verkiezingen zijn, moet die partij zich voortdurend bewijzen. Naarmate de economie iets minder voorspoedig groeit, speelt nationalisme een grotere rol.

Praater: Op welke vlakken kan het Westen leren van China?

De belangrijkste les is dat China erg leergierig is en veel van ons leert. Die houding zouden wij ook moeten hebben. Ook op het gebied van technologie ontwikkelt China zich bijzonder snel, dus er zijn steeds meer specifieke technologische gebieden waarop wij van China kunnen leren.

Een ander terrein is Afrika: China ziet daar vooral veel economische kansen. Ook doorziet China heel goed het strategische belang van samenwerking met ontwikkelingslanden. Veruit de meeste landen in de Verenigde Naties horen bij die groep, en zij hebben samen dus een grote invloed op de besluitvorming in de VN over sommige thema's (zoals mensenrechten).

Benieuwd naar de rest van de vragen en antwoorden? Klik dan hier.