De koopkracht gaat volgend jaar voor het eerst in jaren niet verder achteruit, en neemt in 2015 zelfs met 2,5 procent toe.

Dat is met name te danken aan de dalende inflatie. Dat zei directeur Job Swank van De Nederlandsche Bank (DNB) maandag in een toelichting op de jongste economische ramingen van de centrale bank.

Mede dankzij de beter gevulde portemonnee zal de consument vanaf 2015 geleidelijk meer gaan uitgeven, na een jarenlange krimp van de consumptie.

Het beeld kan er nog zonniger uit komen te zien als de overheid doorpakt met plannen om via lagere pensioenpremies het besteedbaar inkomen te verhogen. ''Dat kan bestedingseffecten creëren die op dit moment welkom zijn'', zei Swank.

Huizenmarkt

De huizenmarkt staat, net als de bredere economie, op een ''kantelpunt''. DNB voorziet op korte termijn echter geen uitbundig herstel. ''De woningprijzen kabbelen rond het nulpunt'', zei Swank.

Het goede nieuws is volgens hem dat de prijzen na 3 jaar crisis niet verder dalen, en aan een voorzichtig herstel lijken te beginnen. ''Maar de vette tijden van weleer komen voorlopig niet terug'', waarschuwde hij.

Het herstel van volgend jaar wordt nog altijd sterk gedreven door de uitvoer, die profiteert van een aantrekkende wereldhandel, zei Swank. ''Vanaf volgend jaar zien we ook een bescheiden groei van de bedrijfsinvesteringen'', zei hij. ''Die komen wel van een heel laag niveau, maar ze stijgen tenminste weer.''

Werkloosheid

Zoals gebruikelijk leidt het ontluikende herstel pas op langere termijn tot een daling van de werkloosheid. DNB verwacht dat die niet voor 2016 zichtbaar zal worden.

Swank merkte op dat de werkgelegenheid in de jaren na de kredietcrisis van 2008 juist verrassend sterk op peil bleef. Veel bedrijven zien zich echter nu gedwongen de bezetting alsnog aan te passen aan een structureel lager productieniveau.

Toch ziet DNB ook op de arbeidsmarkt enkele lichtpuntjes. ''De vacatures en uitzenduren stijgen weer licht, terwijl het aantal ontslagaanvragen iets daalt'', zei Swank. Hoewel er grote verschillen bestaan tussen de bedrijfstakken, is de ruimte voor loonstijgingen over het algemeen beperkt. ''De concurrentiepositie blijft daarbij een belangrijk ijkpunt'', zei de DNB-directeur.