De inflatie in Nederland is in juli opgelopen tot het hoogste niveau sinds september 2008.

''Dat is vooral slecht voor de koopkracht van de consument, zeker nu daar geen gelijke loonstijgingen tegenover staan'', zegt CBS-econoom Peter Hein van Mulligen in een toelichting.

Het gemiddelde prijspeil lag vorige maand gemiddeld 3,1 procent hoger dan een jaar eerder. Dat betekent dat mensen voor hetzelfde bedrag in euro's nu gemiddeld minder kunnen kopen dan 12 maanden terug.

Van Mulligen benadrukt dat de hoge inflatie ook erg ongunstig is voor spaarders. ''Omdat de spaarrente nu gemiddeld een stuk lager ligt dan de inflatie, wordt spaargeld op de bank minder waard waar je bij staat.''

Daartegenover staat dat de waarde van schulden in relatieve zin afneemt. Een schuld moet immers afbetaald worden in euro's die minder waard zijn dan ze waren op het moment dat de lening werd aangegaan.

Huizenbezitters met een hypotheekschuld profiteren daarvan en dit voordeel geldt ook voor de staatsschuld van de Nederlandse overheid.

Lange termijn

Toch is dit lichtpuntje vooral een effect voor de lange termijn, vindt de CBS-econoom. Op de korte termijn merkt de consument de inflatie volgens hem vooral in de portemonnee. De koopkracht is lager en de lonen en pensioenen worden niet voldoende opgeschroefd. Veel ondernemers durven hun prijzen zelfs niet eens volledig aan het verhoogde algemeen prijspeil aan te passen, uit angst dat mensen helemaal niks meer zullen kopen.

De Nederlandse export heeft weinig last van de hoge inflatie. Normaal zou de concurrentiepositie van ons land hierdoor benadeeld kunnen worden. Maar de inflatie is nu vooral het resultaat van de btw-verhoging van vorig jaar en de hogere huurprijzen en dat heeft het prijspeil van exportproducten nauwelijks beïnvloed, aldus Van Mulligen.