Dinsdag 27 september 2022 | Het laatste nieuws het eerst op NU.nl
Hitte, Warmte, Temperatuur,

NUcheckt: KNMI heeft niet plotseling 16 hittegolven van vroeger weggemoffeld

NU.nl checkt regelmatig berichten op betrouwbaarheid. Dit keer kijken we naar de bewering dat het KNMI in 2016 ten onrechte een groot deel van de hittegolven in de periode 1901-1951 uit de boeken heeft geschrapt. Het klopt inderdaad dat het KNMI zijn metingen heeft aangepast, maar dat gebeurde omdat die eerdere metingen onnauwkeurig bleken.
Door onze nieuwsredactie

Een eerdere versie van deze factcheck verscheen in augustus 2019 op NU.nl. We hebben het artikel aangepast aan de actualiteit en opnieuw naar onze voorpagina gehaald.

De kans is groot dat Nederland de komende dagen te maken krijgt met een hittegolf. Dat zou de dertigste hittegolf zijn sinds het KNMI in 1901 begon met het bijhouden van hittegolven.

De eerste hittegolf werd gemeten in 1911. Sinds het begin van de metingen kende Nederland vier keer twee hittegolven in één jaar. Dat gebeurde in 1941, 2006, 2018 en 2019.

Critici beweren dat er voor 1951 veel vaker hittegolven voorkwamen. Het KNMI zou die uit de boeken hebben geschrapt. Zo zouden er in 1948 twee hittegolven en in 1947 zelfs vier hittegolven zijn geweest. Het weerinstituut bracht het totale aantal hittegolven tussen 1901 en 1951 terug van 23 naar 7, zeggen diezelfde critici.

Ook enkele NUjij-gebruikers wijzen in reacties onder NU.nl-artikelen over de tropische warmte op de "verdwenen hittegolven". "Misschien zouden die wel gemeld moeten worden", zo stelt een lezer voor.

Waar komt het vandaan?

In maart 2019 verscheen het rapport Het raadsel van de verdwenen hittegolven - Hoe het KNMI historische hittegolven uit de boeken schrapte. Het werd geschreven door klimaatsceptici Marcel Crok, Rob de Vos, Frans Dijkstra en Jan Ruis. Zij concludeerden dat het weerinstituut "ten onrechte" hittegolven heeft laten 'verdwijnen'.

Ook beweerden de onderzoekers in het rapport dat het KNMI "extreme temperatuurcorrecties" tot 1,9 graden Celsius toepaste. Die correcties noemden de onderzoekers "onverdedigbaar".

Het onderzoek kreeg bij publicatie weinig politieke aandacht. Alleen FVD-voorman en klimaatscepticus Thierry Baudet sloeg er acht op. In de Tweede Kamer kon hij niet rekenen op steun voor een door hem aangevraagd debat. Toch wordt op sociale media nog steeds regelmatig beweerd dat hittegolven zijn weggemoffeld.

Beeld uit video: Hoeveel hitte kan een mens verdragen?2:00
Afspelen knop

Hoeveel hitte kan een mens verdragen?

Hoeveel hitte kan een mens verdragen?

Klopt het?

Het klopt dat het KNMI in 2016 de temperatuurreeksen in de periode 1901 tot 1951 heeft gecorrigeerd. Dat liet het weerinstituut weten na de publicatie van het rapport van Crok, De Vos, Dijkstra en Ruis.

Als gevolg daarvan daalde het aantal tropische dagen (30 graden of warmer) van 164 naar 76. Het aantal hittegolven werd daarmee teruggebracht van 23 naar 7. Maar dat kwam niet doordat de definitie van een hittegolf veranderde.

Er is (en was) sprake van een hittegolf als het minstens vijf dagen op rij 25 graden of warmer is. Daar moeten minstens drie dagen met een temperatuur van minimaal 30 graden tussen zitten.

Maar waarom besloot het KNMI zes jaar geleden om de eigen metingen uit de eerste helft van de vorige eeuw bij te stellen? En gebeurde dit ten onrechte, zoals Crok en anderen beweren?

Een Stevensonhut (links) en pagodehut (rechts) op het terrein van het KNMI in De Bilt.

Veranderingen in meetomstandigheden

Klimaatonderzoeker Theo Brandsma deed in 2016 onderzoek naar de temperatuurcorrecties van het KNMI. In zijn rapport Pagodemetingen in De Bilt beschrijft hij dat dit om twee redenen is gebeurd.

Ten eerste omdat het KNMI begin jaren vijftig de meetplek van een beschutte naar een open plek heeft verplaatst. Volgens het instituut houden beschutte plekken (net als steden) door bebouwing en obstakels zoals bomen warmte beter vast dan open plekken. Daardoor zouden zowel minimum- als maximumtemperaturen hoger uitvallen.

Ten tweede omdat het KNMI in diezelfde periode op een ander type meetstation is overgegaan. Het weerinstituut stapte over van een zogeheten pagodehut op een zogeheten Stevensonhut.

Als er zulke veranderingen in meetomstandigheden optreden, spreekt het KNMI van inhomogeniteit. Dat houdt in dat er een kunstmatige breuk of trend in een temperatuurreeks zit.

Parallelmetingen gedeeltelijk uitgevoerd

In het ideale geval zijn er parallelmetingen beschikbaar, waarbij de temperatuur tegelijk in zowel de nieuwe als de oude hut gemeten wordt. Bij de homogenisatie van meetstations in Den Helder, Groningen, Vlissingen en Maastricht rond 1950 vonden dergelijke parallelmetingen plaats.

Maar in De Bilt gebeurde dat maar gedeeltelijk. Voor de overstap van de pagodehut naar de Stevensonhut zijn wel parallelmetingen verricht, maar voor de verplaatsing niet. Waarschijnlijk omdat "last minute" werd besloten om de hut te verplaatsen, zegt het KNMI.

Om die reden corrigeerde het weerinstituut de metingen van De Bilt met parallelmetingen van Eelde. De ligging van dit meetstation in Drenthe is volgens het KNMI het best te vergelijken met die van het station in De Bilt.

Samengevat: twee redenen voor de temperatuurcorrecties

  • Het KNMI verplaatste begin jaren vijftig de meetplek van een beschutte locatie naar een open plek.
  • Het KNMI ging in diezelfde periode over van een pagodehut op een Stevensonhut.

Hogere temperaturen in de pagode

Brandsma kwam er tijdens zijn onderzoek achter dat het in de zomer warmer is in de pagodehut dan in de Stevensonhut. Dit kwam doordat de pagodehut, in tegenstelling tot de Stevensonhut, aan de onderkant open is. Daardoor gaat de straling van de zon via reflectie richting de thermometer. Brandsma onderzocht dit door op het grasveld van het KNMI de twee meetstations naast elkaar te zetten en tegelijk metingen te laten verrichten.

Daarnaast stond de thermometerhut van het KNMI voor 1951 op een door bomen en bebouwing beschutte plek. Omdat vlak bij de oude plek een nieuwbouwwijk is gekomen, heeft het KNMI geprobeerd de oude situatie na te bootsen door een vergelijkbare, beschutte plek op het KNMI-terrein te vinden.

Vervolgens bleek dat vooral de minimumtemperatuur op een beschutte plek hoger is dan op een open plek. Ook de maximumtemperatuur was hoger, maar die verschillen waren kleiner.

De pagodehut en Stevensonhut in 1951 op de oude locatie op het terrein van het KNMI in De Bilt.

Conclusie

Het KNMI besloot in 2016 zijn metingen in de periode 1901-1951 te corrigeren, omdat deze metingen zijn verricht in een pagodehut, die op een beschutte plek stond. Tegenwoordig maakt het KNMI gebruik van de betrouwbaardere Stevensonhut en vinden de metingen plaats op een open veld. Om de data gelijk te trekken, vond een zogeheten homogenisatie plaats.

In de praktijk betekende dit dat de gemeten temperaturen tussen 1901 en 1951 naar beneden werden bijgesteld. Hierdoor bleven er plotseling minder zomerse dagen (25 graden of hoger) en tropische dagen over. Het gevolg daarvan was dat ook enkele hittegolven sneuvelden. Dit is gebaseerd op goed onderzoek van het KNMI zelf.

We beoordelen de stelling "het KNMI heeft in 2016 ten onrechte een groot deel van de hittegolven in de periode 1901-1951 geschrapt" als niet waar.


Lees meer over:

WeerKNMIExtreem weerNUcheckt

Aanbevolen artikelen