Het RIVM-onderzoek naar kinderen en het coronavirus riep bij meerdere NU.nl-lezers vragen op. NUcheckt bekeek wat je nu wel en niet kunt concluderen op basis van dit onderzoek.

Op 3 juni maakte het RIVM de eerste resultaten bekend van zijn onderzoek naar de rol van kinderen bij de verspreiding van het coronavirus. De onderzoekers concludeerden dat kinderen waarschijnlijk weinig bijdragen aan de uitbraak van het coronavirus. Via ons reactieplatform NUjij reageerden veel lezers met vragen over hoe dit onderzoek in zijn werk is gegaan en of de RIVM-conclusie niet in tegenspraak is met buitenlands onderzoek.

Wie deden er mee aan het onderzoek?

In het RIVM-onderzoek van 3 juni is op twee manieren naar de mogelijke rol van kinderen bij de verspreiding van het coronavirus gekeken. De eerste manier was een onderzoek bij 54 gezinnen.

Van al deze gezinnen was minstens één persoon positief getest op het coronavirus door de GGD. De RIVM-onderzoekers testten vervolgens of andere gezinsleden ook het coronavirus hadden. Dit deden ze na de positieve test van het eerste gezinslid, en twee à drie weken later nogmaals.

Het belangrijkste resultaat van dit onderdeel van het onderzoek was dat kinderen jonger dan 12 minder vaak besmet raakten met het coronavirus dan oudere kinderen of volwassen gezinsleden.

Hiernaast bekeek het RIVM alle op dat moment bij de GGD bekende coronavirusbesmettingen. Van 732 besmettingen was de vermoedelijke bron bekend. Hieruit bleek dat besmetting vooral plaatsvond tussen volwassen leeftijdsgenoten en van ouder op kind.

Op basis van het gezinnen-onderzoek, deze gegevens en eerder internationaal onderzoek, stelde het RIVM dat het erop lijkt dat kinderen een kleine rol spelen bij de verspreiding van het coronavirus.

Wat was de invloed van het coronabeleid?

Het gezinnen-onderzoek had wel een aantal beperkingen. Zo heeft het testbeleid invloed gehad op wie deelnam aan het onderzoek. In de onderzoeksperiode werden mensen met milde klachten alleen getest wanneer ze in de zorg werkten of tot een risicogroep behoorden. Gezinnen waarvan alleen een kind besmet was met het coronavirus, hadden hierdoor een kleine kans om deel te nemen aan het onderzoek. In vervolgonderzoek kijkt het RIVM naar vijftig gezinnen, waarvan het kind positief is getest.

Daarnaast schrijven de onderzoekers dat de sluiting van de scholen gedurende de onderzoeksperiode er mogelijk aan heeft bijgedragen dat kinderen een kleinere kans liepen om besmet te raken met het coronavirus. Susan van den Hof, hoofd van het Centrum voor Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten bij het RIVM, schrijft wel dat nu de scholen weer open zijn, het aantal positief geteste kinderen nog steeds relatief laag is.

De resultaten van het RIVM-onderzoek zijn een sterke aanwijzing dat kinderen minder bevattelijk zijn voor het coronavirus én dat ze het minder vaak verspreiden. Hoe groot de rol van kinderen bij de verspreiding van het coronavirus precies is, is op basis van alleen dit onderzoek niet te zeggen.

Is het RIVM-onderzoek in lijn met internationaal onderzoek?

Meerdere lezers schreven op NUjij dat de conclusies van het RIVM niet overeenkomen met onderzoek dat al in het buitenland is gedaan. Hoewel er nog discussie is over dit onderwerp, vormen kinderen overal ter wereld slechts een heel klein deel van het aantal geregistreerde besmettingen. Verschillende buitenlandse onderzoeken in bijvoorbeeld China concluderen daarnaast, net zoals het RIVM, dat kinderen binnen gezinnen waar iemand het coronavirus heeft, minder vaak ook besmet raken dan volwassen huisgenoten.

In een Duits onderzoek werd wel gevonden dat kinderen die besmet zijn met het coronavirus ongeveer evenveel van het virus in de luchtwegen hebben als volwassenen. Volgens de Duitse onderzoekers zijn kinderen hierdoor misschien net zo besmettelijk als volwassenen.

Een belangrijke beperking van dit onderzoek is dat er maar 49 besmette kinderen (jonger dan 11) aan deelnamen. Daarnaast zegt de hoeveelheid van het virus in de luchtwegen niet alles over hoe besmettelijk iemand is. Kinderen hebben bijvoorbeeld minder vaak symptomen dan volwassenen, waardoor ze het virus mogelijk minder snel via hoesten en kuchen verspreiden.

Heb jij een bericht of bewering gezien waarvan je de juistheid betwijfelt? Mail naar factcheck@nu.nl en dan gaan wij ermee aan de slag.