Overheden sloten op 13 januari het Schone Lucht Akkoord. Met dit akkoord moet het aantal mensen dat vroegtijdig overlijdt door ongezonde lucht - circa elfduizend in Nederland per jaar - worden gereduceerd. NUcheckt bekeek hoe we weten dat vieze lucht zo veel slachtoffers eist.

Het Schone Lucht Akkoord is ondertekend door tientallen gemeenten, provincies en Stientje van Veldhoven, de minister van Milieu en Wonen. In dit akkoord staat dat er nu ongeveer elfduizend mensen vroegtijdig overlijden door ongezonde lucht en dat dit aantal naar beneden moet. Maar waar is de inschatting dat er zo veel mensen eerder dood gaan door luchtverontreiniging, op gebaseerd?

Waar komt het vandaan?

In een beleidsonderzoek uit mei 2019, dat is geschreven vanwege de plannen voor het Schone Lucht Akkoord, werd voor het eerst genoemd dat er jaarlijks ongeveer elfduizend mensen vroegtijdig overlijden door luchtverontreiniging. In het onderzoek staat dat deze schatting afkomstig is van het RIVM.

Waarom is luchtverontreiniging een probleem?

Waarom overlijden mensen vroegtijdig door luchtverontreiniging? Luchtverontreiniging is geen directe doodsoorzaak, maar zorgt er net zoals te weinig bewegen, roken en overgewicht voor dat de kans dat je ziek wordt of vroeg komt te overlijden groter wordt.

Er zijn verschillende stoffen die onder de noemer luchtverontreiniging vallen. De belangrijkste is fijnstof. Dat is een verzamelnaam voor alle deeltjes in de lucht die zo klein zijn dat je ze kunt inademen. Op basis van meerdere onderzoeken schreef de Gezondheidsraad in 2018 dat fijnstof nadelige effecten heeft op de luchtwegen en op het hart en bloedvaten. Belangrijke bronnen van fijnstof zijn verkeer, industrie en de veehouderij.

Daarnaast vallen ook stikstofdioxide en ozon onder luchtverontreiniging. Ook die stoffen hebben negatieve effecten op de luchtwegen.

Hoe weten we hoe gevaarlijk luchtverontreiniging is?

Het RIVM keek alleen hoeveel mensen er eerder overlijden als gevolg van fijnstof en stikstofdioxide in de lucht. Er is niet naar ozon gekeken, omdat ozon in de Nederlandse lucht voornamelijk uit het buitenland komt en het voor de Nederlandse overheid dus lastig is hier iets aan te doen.

Het RIVM weet hoe schadelijk blootstelling aan stikstofdioxide en fijnstof is door een groot Nederlands onderzoek uit 2015. Voor dit onderzoek werden de gegevens gebruikt van ruim zeven miljoen Nederlanders. De wetenschappers keken of er een verband is tussen de concentratie fijnstof en stikstofdioxide op de plek waar deze mensen wonen, en de kans om te overlijden aan onder andere longkanker en hart- en vaatziekten.

Nederlanders die op hun woonadres waren blootgesteld aan een hoge concentratie stikstofdioxide en fijnstof hadden in de onderzoeksperiode een grotere kans om te overlijden, en ze hadden ook een grotere kans om te overlijden aan luchtwegziekten en hart- en vaatziekten.

Ook volgens Europees Milieuagentschap elfduizend vroegtijdige overlijdens per jaar

Op basis van dit onderzoek en de concentratie fijnstof en stikstofdioxide in 2016 berekende het RIVM dat er jaarlijks elfduizend mensen korter leven, en dus eerder doodgaan, door fijnstof en stikstofdioxide. Volgens de onderzoekers leefden deze elfduizend mensen gezamenlijk 138.000 levensjaren korter.

Een sterke aanwijzing dat deze inschatting klopt is dat het Europees Milieuagentschap op basis van een andere onderzoeken in 2019 ook berekende de dat er in Nederland jaarlijks ongeveer elfduizend mensen vroegtijdig overlijden door blootstelling aan stikstofdioxide en fijnstof. Ozon zorgt daarnaast volgens het agentschap nog voor ongeveer 270 vroegtijdige overlijdens per jaar.