NU.nl's partner Nieuwscheckers checkt beweringen in aanloop naar de Europese verkiezingen. Bewering: "Omdat de Poolse economie groeit en de lonen steeds minder verschillen van die in West-Europa, blijven steeds meer Poolse werknemers in Polen."

Oordeel: ongefundeerd

PvdA-lijsttrekker Frans Timmermans zei op maandag 13 mei tijdens het Nieuwsuur-debat over arbeidsmigratie dat steeds minder Polen hun land verlaten om elders te werken. Maar er zijn geen cijfers waarmee deze bewering onderbouwd kan worden.

Bron van de bewering

Volgens Timmermans, Spitzenkandidat van de Europese sociaaldemocraten, klagen werkgevers in heel Europa op dit moment dat ze minder werknemers uit Oost-Europa kunnen krijgen. "In Polen hebben mensen ook de behoefte om te blijven. En ze blijven steeds meer", zei Timmermans. "Dat komt doordat de lonen omhooggaan. Dat de economische groei in Polen jaar op jaar 5 procent is, leidt ertoe dat die lonen helemaal niet meer zo veel verschillen van die van ons. Mensen willen veel liever thuisblijven, ze willen niet in een ander land gaan werken als ze niet hoeven."

Navraag bij de PvdA naar de onderbouwing van deze uitspraak lijkt tot enige consternatie te leiden. De woordvoerder van de PvdA benadrukt dat de uitspraak van Timmermans - alhoewel gedaan in een Nederlands debat, met Nederlandse lijsttrekkers, in reactie op een punt over Nederland - niet gaat over arbeidsmigratie naar Nederland, maar over arbeidsmigratie vanuit Polen naar landen in héél Europa.

Vervolgens krijgen we twee rapporten toegestuurd, waarin echter niet staat wat Timmermans beweert. Na een vraag daarover stuurt de Tweede Kamerfractie van de PvdA drie ándere statistieken die het gelijk van Timmermans moeten staven.

Waarom is dit ongefundeerd?

Om te controleren of de bewering van Timmermans klopt, moeten vier dingen bekeken worden: of er sprake is van een afname van het aantal Polen dat in Nederland werkt, of Polen steeds minder hun land verlaten om elders in Europa te werken, hoe het zit met de economische groei in Polen en hoe het met de loonontwikkeling in Polen gesteld is.

Poolse arbeidsmigranten in Nederland

Polen is in 2004 lid geworden van de Europese Unie. Sinds 2007 mogen werknemers uit Polen zonder vergunning in Nederland aan de slag. Sindsdien is het aantal arbeidsmigranten geleidelijk opgelopen; sinds 2010 jaarlijks met zo'n 8 tot 10 procent. In 2017 waren er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in ons land 250.000 werknemers uit Centraal- en Oost-Europa aan het werk. Daarvan komt het overgrote deel, 178.600 mensen, uit Polen.

Het aantal Polen dat in Nederland werkt, is tot en met 2017 blijven groeien. Dit geldt ook voor het aantal Bulgaren en Roemenen. De recentste cijfers hierover dateren van 2017, bevestigt het CBS desgevraagd. Er zijn wel cijfers van vorig jaar over hoeveel Polen zich definitief vestigden in Nederland. Ook dat aantal bleef toenemen

Blijven meer Polen in Polen?

In de recentste Nederlandse cijfers is dus nog niets te merken van een terugloop van de arbeidsmigratie uit Polen. Als Timmermans - zoals de PvdA stelt - in het debat sprak over de Europese situatie, klopt de uitspraak dan wel? Gaan steeds minder Polen buiten Polen aan het werk?

De emigratiestatistieken van Eurostat lijken dat aan te tonen. In 2017 emigreerden minder Polen naar andere Europese landen dan in de jaren ervoor: 174.385 Polen, tegenover 197.049 een jaar eerder. Maar dit betreft emigratie, dus Polen die permanent in een ander EU-land zijn gaan wonen. Het gaat bij deze cijfers dus niet om Polen die tijdelijk in een ander EU-land werken, maar ingeschreven blijven staan als inwoner van Polen. Gegevens hierover worden niet op Europees niveau bijgehouden.

Uit een enquête van de Boston Consulting Group (BCG) blijkt dat er in veel landen, waaronder Polen, inmiddels minder interesse is om in het buitenland te werken. De BCG noemt daarbij de bovengemiddelde economische groei als mogelijke reden. Ook Nederlandse uitzendbureaus krijgen de indruk dat het werven van nieuwe werknemers daardoor lastiger lijkt te worden (al is dit nog niet zichtbaar in de cijfers).

Economische situatie in Polen

De economische groei in Polen was de afgelopen twee jaar inderdaad hoog: met 4,8 procent in 2017 en 5,1 procent in 2018 twee keer zo groot als in Nederland. De Europese Commissie verwacht wel dat de economische groei de komende jaren zal afvlakken.

Op de Poolse arbeidsmarkt is op dit moment sprake van krapte: de werkloosheid is er met 3,7 procent net zo laag als in ons land en de OESO voorspelt dat de werkloosheid de komende jaren zal blijven dalen. Daardoor stijgen sinds vorig jaar ook de lonen - vooral in de private sector - relatief sterk: voor 2019 wordt zelfs een loonstijging van 7 procent voorspeld.

Loonontwikkeling in Polen

Ook als de lonen in Oost-Europa een inhaalslag zouden maken, blijven die nog sterk achter bij die in West-Europa. Waar het mediane inkomen (doorsnee inkomen) in Nederland in 2017 23.563 euro was, was dat in Polen 5.906 euro. Dat is vier keer zo weinig. In Roemenië was het inkomen nog eens de helft lager.

Hetzelfde verschil is te zien bij het minimumloon. Dat is in 2019 in Nederland bijna vier keer zo hoog als in Polen. In de afgelopen vijftien jaar is het minimumloon in Polen ook niet harder gestegen dan in Nederland: in beide landen kwam er tussen 2004 en 2019 zo'n 350 euro bij.

Dat verschil zal voorlopig niet ingelopen worden, concludeert ETUI (European Trade Union Institute), een denktank verbonden aan de Europese vakbeweging. De economie van een land als Polen is sterk afhankelijk van buitenlandse investeerders en draait juist goed dánkzij de relatief lage lonen. ETUI stelt dat flinke economische veranderingen en druk van de vakbonden op de lonen nodig zijn, anders zal de welvaart in Centraal- en Oost-Europese landen nooit op een westers niveau komen.

Werken in West-Europa zal dus voorlopig aantrekkelijk blijven, zegt ook hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis Leo Lucassen. Hij herkent het beeld dat Timmermans schetst niet. "Het grote verschil in lonen tussen Oost- en West-Europa blijft bestaan. Er zal een punt komen dat arbeidsmigratie niet meer aantrekkelijk is, bijvoorbeeld als de lonen in Polen rond de 75 procent van die in Nederland liggen. Maar dat punt is nog lang niet bereikt."

"Om de lonen in Oost-Europa verder te laten aantrekken, zijn krapte op de arbeidsmarkt en een sterke vakbond nodig", zegt Lucassen. "Aan beide voorwaarden wordt op dit moment in Polen niet voldaan. De vakbonden zijn er erg zwak en het aanbod op de arbeidsmarkt wordt er aangevuld met werknemers uit Oekraïne. Het is dus waarschijnlijk dat de lonen zullen achterblijven bij de economische groei."

Conclusie

De bewering van Timmermans dat steeds meer Poolse werknemers in Polen blijven, omdat de lonen steeds minder verschillen van "die van ons", is onvoldoende met cijfers te staven.

Het klopt dat de lonen en de economie in Polen de laatste twee jaar groeien. De inkomens en lonen in Polen liggen echter nog steeds een factor vier lager dan in Nederland. Deskundigen en vakbonden verwachten dat dit voorlopig zo zal blijven, en dat arbeidsmigratie daarom aantrekkelijk zal blijven.

Er zijn geen cijfers waaruit blijkt dat de arbeidsmigratie vanuit Polen naar Nederland daalt. Zowel het aantal Poolse werknemers in Nederland als het aantal Polen dat zich hier definitief vestigt, blijft juist stijgen. Het aantal Polen dat naar elders in Europa emigreert, is in 2017 wél afgenomen. Maar in die cijfers tellen niet de Polen mee die tijdelijk in het buitenland aan het werk zijn gegaan. Er zijn geen cijfers over die groep beschikbaar.

We beoordelen de uitspraak van Timmermans daarom als ongefundeerd.