NU.nl checkt dagelijks berichten die rondgaan op Facebook op hun betrouwbaarheid. Bewering: Orgaandonoren zijn in werkelijkheid nog niet overleden tijdens de operatie, want dode donoren zijn niet bruikbaar.

Oordeel: Onwaar

Waar komt het vandaan?

Op 13 februari nam de Eerste Kamer de donorwet van Pia Dijkstra (D66) aan. De nieuwe wet betekent dat Nederland te maken krijgt met een actieve donorregistratie, waarin wordt geregeld dat iedereen vanaf achttien jaar geregistreerd zal worden als donor. Om die reden was er in de media de afgelopen maanden volop aandacht voor orgaandonatie.

Bij NUcheckt merken wij op dat artikelen waarin de procedure rondom orgaandonatie in twijfel wordt getrokken, populair zijn op Facebook. In stukken op internet zoals deze en deze komen huiveringwekkende passages voorbij waarin organen uit nog levende donoren worden gehaald.

Patiënten op de intensive care van een ziekenhuis zouden zelfs onterecht worden doodverklaard om orgaandonatie mogelijk te maken. Bovendien claimen de websites dat donoren bij die operatie zelfs nog overeind kunnen komen en pijn kunnen voelen.

NUcheckt toetst de meest in het oog springende beweringen op waarheid:

  1. Hersendood betekent niet echt dood.
  2. Mensen die hersendood zijn, herstellen soms nog en kunnen weer normaal gaan leven.
  3. Mensen die hersendood zijn, kunnen soms nog bewegen en dus leven ze nog.
  4. Organen van donoren die overleden door een hartstilstand zijn onbruikbaar.

Maar voordat we antwoord geven op deze vragen, is het goed om wat achtergrondinformatie te geven over de procedure rondom orgaandonatie en uit te leggen waarom het nodig werd geacht om vast te kunnen stellen wanneer een persoon is overleden.

Vaststellen van de dood

De wettelijke definitie van de dood was traditioneel gezien altijd het moment dat het hart stopt met kloppen. Eind jaren zestig kwam daar verandering in. Er ontstond behoefte aan een meer accurate definitie van de dood op basis van neurologische criteria. Eén van de doelen was om patiënten die geen hoop meer hadden op herstel, aan te kunnen merken als eventuele kandidaten voor orgaandonatie.

In antwoord hierop publiceerde een comité van de Harvard Medical School in 1968 een artikel, waarin werd beschreven dat patiënten die zeer zwaar hersenletsel hebben, dood verklaard mogen worden, ook al is het hart nog niet gestopt.

Na de introductie van het concept hersendood als definitie van de dood werd het in de Verenigde Staten, en later ook in veel andere landen waaronder Nederland, wettelijk toegestaan om organen te verwijderen voor transplantatie bij donoren die aan de beademing liggen.

De procedure voor orgaandonatie

Organen mogen pas worden verwijderd als de dood met zekerheid is vastgesteld. Donatie is alleen mogelijk wanneer iemand in het ziekenhuis is overleden, maar de procedure begint vaak al wanneer duidelijk is dat een patiënt op de intensive care niet meer kan herstellen en het geen zin meer heeft om diegene verder te behandelen. Een arts heeft altijd eerst een gesprek met de familie.

Dan wordt in het donorregister gekeken of iemand wel of geen donor is. Staat daarin geen 'ja' of 'nee' dan bespreekt een arts met de familie of orgaandonatie doorgaat. Het duurt ongeveer vier tot zes uur voordat een donoroperatie begint. In de tussentijd worden geschikte ontvangers gezocht en zorgen artsen ervoor dat het lichaam van de donor geschikt blijft voor donatie.

Een chirurg voert, samen met een uitnameteam, de operatie uit. Het lichaam van de donor gaat daarna terug naar de nabestaanden.

Dan zullen we nu ingaan op de vier eerder genoemde stellingen.

1. Hersendood betekent niet echt dood.

Oordeel: Onwaar

Als iemand hersendood is, betekent het dat er sprake is van onherstelbaar en volledig functieverlies van de hersenen en de hersenstam inclusief het verlengde merg. De medische wetenschap zegt dat iemand die hersendood is, ook echt dood is. Daar is wereldwijd consensus over en dit is ook in de wet zo vastgelegd.

Een hersendood persoon kan niet meer zelfstandig ademen, omdat de hersenen geen signaal meer geven aan de longen. Ook kan het lichaam de bloeddruk en de temperatuur niet zelf meer regelen. Een beademingsmachine kan de ademhaling dan overnemen, waardoor het hart blijft kloppen en het bloed door het lichaam blijft stromen. De organen krijgen zo zuurstof en blijven geschikt voor transplantatie.

Hersendood verschilt met bijvoorbeeld een langdurige coma. Bij coma blijven enkele of alle hersenstamreflexen behouden, waardoor sommige comapatiënten nog zelfstandig kunnen ademen (Burkle et al. 2014). Bij hersendood is er, in tegenstelling tot coma, geen enkele sprake meer van elektrische activiteit in de hersenen. De hersenen voeren geen functies meer uit.

De bewering dat hersendood niet echt dood betekent, klopt dus niet.

2. Mensen die hersendood zijn, herstellen soms nog en kunnen weer normaal gaan leven.

Oordeel: Onwaar

Om vast te stellen of iemand ook echt hersendood is, worden meerdere testen gedaan die wettelijk zijn vastgelegd in het hersendoodprotocol. Meerdere artsen testen de reflexen door onder andere met een lampje in de pupillen van de patiënt te schijnen, met een wattenstaaf over het oog te strijken en wat ijswater in het oor te spuiten. Reageert een patiënt op één van deze onderzoeken, dan is er géén sprake van hersendood. Gebeurt dit niet dan gaat het onderzoek verder.

Een arts onderzoekt dan met meet- en beeldapparatuur, bijvoorbeeld een EEG of CTA-scan, de hersenactiviteit. Wordt er geen enkele activiteit gemeten, dan vindt het derde en laatste onderzoek plaats: de zogeheten apneutest. Hierbij wordt de ademhalingsreflex getest door het beademingsapparaat tijdelijk te ontkoppelen. Komt de ademhaling na een tijdje niet vanzelf op gang dan wordt de hersendood definitief vastgesteld. Dit moment wordt dan ook aangemerkt als het officiële moment van overlijden.

Het is onmogelijk om 'op te staan' uit de hersendood. Bij hersendood werken de hersenen helemaal niet meer en deze kunnen ook niet meer herstellen. De patiënt heeft geen bewustzijn meer en kan geen pijn meer voelen.

Toch circuleren op het internet verhalen van mensen die herstellen van de hersendood en hun leven weer op zijn gaan pakken. Het misverstand ontstaat vaak als in de media termen als hersendood en coma door elkaar worden gehaald (Lewis et al. 2016).

De stelling dat hersendode patiënten nog kunnen herstellen is dus niet waar. Er is geen kans meer op leven.

3. Mensen die hersendood zijn, kunnen soms nog bewegen en dus leven ze nog.

Oordeel: Onwaar

Soms komt het voor dat hersendode patiënten door bepaalde reflexen nog bewegingen maken. Zo beschrijven artsen in 1993 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) een casus waarin getwijfeld wordt aan de gestelde diagnose hersendood bij een 42-jarige vrouw, nadat in een reactie op een pijnprikkel plotseling haar armen strekken en haar schouders bewegen. De artsen schrikken zich een hoedje en de operatie wordt op het laatste moment afgeblazen.

Toch komt, als artsen opnieuw neurologisch hebben gedaan, de diagnose hersendood naar voren. De bewegingen van de vrouw blijken namelijk niet te zijn veroorzaakt door een nog aanwezige hersenactiviteit, maar door reflexen die verlopen via het ruggenmerg (Jorgensen EO. 1973). Hetzelfde gebeurt bijvoorbeeld als iemand met een hamertje op je knie tikt. Er gaat dan een signaal via het ruggenmerg (en dus niet via de hersenen) naar de spier die het been naar voren laat gaan. Deze reflexen zijn ook op te wekken bij hersendode patiënten, omdat de beademing en bloedcirculatie kunstmatig in stand gehouden wordt.

Een soortgelijke, veel aangehaalde reflex die kan optreden bij hersendood is het zogeheten Lazarus-teken. Hierbij bewegen de schouders, buigen de onderarmen en worden de handen voor het borstbeen of zelfs tot onder de kin gebracht. Het kan hierdoor soms net lijken alsof de patiënt bidt of iets probeert vast te grijpen (Ropper AH. 1984).

Bij de donoroperatie kan de anesthesist om die reden wel spierverslappers toedienen. Ook wordt de donor vastgemaakt aan de operatietafel. Daarnaast kan er een narcosemiddel worden gegeven. Deze dient niet, zoals sommige artikelen op internet beweren, tegen pijn of als slaapmiddel (want de hersenen werken niet meer), maar wel tegen veranderingen in de bloeddruk.

In het hersendoodprotocol is vastgelegd dat reflexen die verlopen via het ruggenmerg aanwezig mogen zijn, omdat deze de hersendood niet uitsluiten. De bewering dat je uit deze bewegingen kunt afleiden dat een hersendode patiënt nog leeft klopt dus niet.

4. Organen van donoren die zijn overleden door een hartstilstand zijn onbruikbaar.

Oordeel: Onwaar

Ook patiënten overleden aan een hartstilstand kunnen soms nog organen doneren. Het hart kan niet meer getransplanteerd worden, maar de longen, lever, alvleesklier en de nieren vaak nog wel.

Ook deze procedure begint vaak al wanneer artsen concluderen dat behandelen van een patiënt op de intensive care geen zin meer heeft. Zij kunnen dan, na overleg met de familie van de patiënt, besluiten om de behandeling te beëindigen. Het beademingsapparaat wordt stopgezet en de persoon krijgt geen infusen of medicijnen meer. De persoon zal dan binnen enige tijd overlijden. Als dit binnen twee uur gebeurt, kan hij of zij nog organen doneren.

De donor moet wel zo snel mogelijk naar de operatiekamer voor uitname, want zodra organen niet meer van zuurstof worden voorzien, raken organen steeds minder geschikt voor transplantatie. De bewering dat organen van donoren die zijn overleden aan een hartstilstand onbruikbaar zijn, is dus niet waar.

Conclusie

Op medisch wetenschappelijke en wettelijke gronden staat het vast dat hersendood ook echt dood betekent. De hersendood is onomkeerbaar. Een hersendode patiënt heeft geen hersenstamreflexen meer en kan om die reden ook geen pijn meer ervaren. Doordat de patiënt kunstmatig beademend wordt, kunnen er nog wel ruggenmergreflexen optreden, waardoor de patiënt soms nog onverwachte bewegingen kan maken.

Als bij een patiënt de diagnose hersendood is gesteld, wordt via het strenge hersendoodprotocol getoetst of deze diagnose ook klopt. Pas als artsen alle punten van het protocol hebben afgewerkt, kan de hersendood officieel worden vastgesteld en kan er sprake zijn van een officieel moment van overlijden. Daarna kan er pas worden overgegaan tot orgaantransplantatie, een orgaandonor is dan dus per definitie niet meer in leven. We beoordelen de bewering dat orgaandonoren in werkelijkheid nog niet overleden zijn tijdens de operatie dan ook als onwaar.

Voetnoot

Hoewel het dus feitelijk zo is dat een hersendood persoon is overleden, past dit voor sommige mensen niet in het beeld hoe zij over het leven en de dood denken. Zo geloven sommigen in een ziel en dat die nog ergens in het lichaam aanwezig is ook al is de hersendood vastgesteld. Hierover kan de medische wetenschap niets zeggen.

Heeft u een bericht of bewering gezien waarvan u de juistheid betwijfelt? Mail naar factcheck@nu.nl en dan gaan wij ermee aan de slag.