Het is een dramatisch jaar voor gletsjers in de Alpen. Eerst viel er veel te weinig sneeuw, daarna schoten de temperaturen omhoog en volgde de hete en droge zomer waar een groot deel van Europa mee kampt. In de hoogste bergketen van Europa is ruim de helft van het ijs al weg, en de meeste gletsjers van Noorwegen tot de Pyreneeën zullen het einde van deze eeuw niet meer halen.

Vakantiegangers die terugkeren uit Noorwegen of de Alpen vertellen steeds vaker een vergelijkbaar verhaal: de bergen zijn prachtig, maar je ziet er ook steeds diepere sporen van klimaatverandering.

Dat geldt vooral voor wie terugkeert naar bestemmingen met oude herinneringen. Een besneeuwde bergtop blijkt niet langer wit. Bij een wandeling naar de voet van een gletsjer ligt die enkele jaren later honderden meters hoger in het dal.

Zo'n ervaring had Jan van de Venis. Hij beklom deze zomer meerdere pieken in de Alpen om geld in te zamelen voor Stichting KiKa. De advocaat en 'ombudsman toekomstige generaties' schrok van wat hij op grote hoogte aantrof.

"Tussen de bergtoppen staken we gletsjers over, maar op veel plekken was er bijna geen doorkomen aan. Het ijs zat vol met diepe scheuren, alle sneeuw was weg, er was een continu gekraak - het was gewoon gevaarlijk."

Er viel weinig sneeuw in het voorjaar

Dat de Alpen een dramatisch jaar beleven, wordt bevestigd door gletsjeronderzoeker Bas Altena van de Universiteit Utrecht. "Centraal-Europa warmt enorm snel op, en de Alpen hebben hier ook veel last van. En dat wordt uitvergroot doordat in het voorjaar maar weinig sneeuw is gevallen."

Die sneeuw bedekt normaal gesproken niet alleen hoge hellingen, maar ook de gletsjers. Die worden daardoor koel gehouden, want de witte sneeuwlaag reflecteert zonlicht. Dit jaar verdween die sneeuwlaag al snel, waardoor de onderliggende donkerdere ijsmassa's liggen te bakken in de zon en zienderogen achteruitgaan.

'Selfiestick' toont hoe ijsmassa inzakt

Dat blijkt ook uit videobeelden met zogeheten 'gletsjerselfies'. Dat zijn camera's aan lange meetlatten, die door wetenschappers in de gletsjers worden geprikt. In de zomerzon zakt het gletsjerijs steeds dieper weg. De camera zakt mee en laat zo zien hoe de gletsjer niet alleen korter, maar ook steeds dunner wordt.

Als gevolg daarvan worden de gletsjers steeds kleiner. Zo zijn Zwitserse gletsjers tussen 1930 en 2016 al de helft van hun ijsvolume kwijtgeraakt, zegt professor Daniel Farinotti van de Eidgenössische Technische Hochschule Zürich. Dat ijsverlies is volgens de gletsjeronderzoeker bovendien aan het versnellen. "In de vijf jaar tijd tussen 2016 en 2021 is nog eens 12 procent van het resterende ijs verloren gegaan."

Daar komt 2022 dan nog bovenop - een mogelijk record, denkt Farinotti. "Weinig sneeuw en een hete zomer is de slechtst denkbare combinatie voor gletsjers."

Europese gletsjers dreigen volledig te verdwijnen

Farinotti heeft weinig hoop dat de gletsjers in de Alpen, waarvan er nog enkele duizenden resteren, nog te redden zijn. Als de huidige opwarming doorzet, kunnen ze zelfs voor het einde van deze eeuw allemaal weg zijn.

Dat geldt dan gelijk voor alle gletsjers op het Europese vasteland. In de Pyreneeën bestaan nu nog een stuk of twintig kleine gletsjers, die in een nog warmere toekomst als eerste volledig te verdwijnen.

Noorwegen heeft veel meer ijs. In het midden van het land bevindt zich zelfs nog een kleine ijskap, die meerdere gletsjers voedt. Maar die ligt op een bergplateau, zegt Altena. Als dat plateau door verdere opwarming in warmere lucht belandt, zal ook daar het ijs volledig verdwijnen.

IJs kan zich vastklampen aan hoge noordhellingen

Altena houdt overigens hoop dat er iets van gebergte-ijs te redden valt, als het Parijsakkoord slaagt en de opwarming ruim onder de 2 graden blijft. Maar dat gaat dan om ijspakketjes die op grote hoogte in kleine kommetjes tegen berghellingen zijn aangeplakt, aan de beschaduwde noordkant van de bergtoppen. Echte gletsjers zijn dat niet - die horen te stromen, vroeger zelfs tot diep in de dalen.

En de gevolgen voor Nederland? Wij merken het vooral aan de stand van de Rijn. Die voert in de zomer naast regen ook smeltwater af, afkomstig van Zwitserse gletsjers. Als die eenmaal verdwenen zijn, kan dat juist in een droge zomer tot nóg lagere waterstanden leiden.