Nederland is zeer droog, voor de vierde zomer in vijf jaar tijd. Klimaatmodellen verwachten zulke droogtes voor de toekomst van de Nederland, maar nog niet nu. Klimaatwetenschappers breken zich het hoofd: is dit toeval of gaat de klimaatverandering nog sneller dan gedacht?

Hoe warmer onze zomers worden, hoe meer water er verdampt - en hoe sneller de bodem dus uitdroogt als de regen een tijd uitblijft. Via dat directe verband tussen temperatuur en verdamping maakt klimaatverandering droogte (nu al) erger, zo zegt het KNMI.

Maar klimaatverandering kan het risico op zomerdroogten nog verder vergroten. Dat speelt via de zomerregen. Die krijgt twee gezichten: stortbuien nemen toe - en periodes zonder regen worden langer.

Hardnekkig hogedrukgebied

Dat is tenminste wat klimaatmodellen verwachten voor onze zomers van de toekomst - pakweg vanaf 2050, als het wereldwijd nog warmer is dan nu. Door een samenspel van opwarming rond de Noordpool en het afzwakken van de warme Golfstroom, worden dan 's zomers hardnekkige hogedrukgebieden verwacht boven de Britse eilanden en de Noordzee. Die hogedrukgebieden kunnen leiden tot een 'blokkade' van het Europese weer. Dat weer bestaat dan uit veel van hetzelfde.

Als dat hogedrukgebied tot boven Nederland ligt, hebben we (langdurig) zonnig en droog weer. De gemiddelde zomerneerslag zal dan ook afnemen, in een (nog) warmere toekomst - met dus verder vergroting van het droogterisico.

"Als het bijvoorbeeld nog één graad warmer wordt, neemt de neerslag per zomermaand volgens klimaatmodellen gemiddeld 5 millimeter af", zegt klimaatonderzoeker Karin van der Wiel van het KNMI. "Daarnaast krijgen we dan per maand nog 3 tot 10 millimeter extra verdamping. Dat geeft samen al een verdubbeling van het droogterisico."

Klimaatverandering vergroot de kans op een 'hardnekkig hogedrukgebied' boven de Britse eilanden. Nederland krijgt hierdoor 's zomers langere perioden zonder regen. Maar als er toch een lagedrukgebied tussendoor glipt, kan die ingeklemd raken. Alle neerslag valt dan op één plek. Vorige zomer leidde dit patroon tot de overstromingen in Limburg.

Klimaatverandering vergroot de kans op een 'hardnekkig hogedrukgebied' boven de Britse eilanden. Nederland krijgt hierdoor 's zomers langere perioden zonder regen. Maar als er toch een lagedrukgebied tussendoor glipt, kan die ingeklemd raken. Alle neerslag valt dan op één plek. Vorige zomer leidde dit patroon tot de overstromingen in Limburg.
Klimaatverandering vergroot de kans op een 'hardnekkig hogedrukgebied' boven de Britse eilanden. Nederland krijgt hierdoor 's zomers langere perioden zonder regen. Maar als er toch een lagedrukgebied tussendoor glipt, kan die ingeklemd raken. Alle neerslag valt dan op één plek. Vorige zomer leidde dit patroon tot de overstromingen in Limburg.
Foto: Bart-Jan Dekker, NU.nl

Alle zomers sinds 2018 waren extreem

Als luchtdrukgebieden vaker 'geblokkeerd' zijn, kan ook de omgekeerde situatie zich voordoen, waarbij we langdurig onder een ingeklemd lagedrukgebied liggen. Dat geeft juist veel regen op één plek.

Dat zagen we in de zomer van 2021. Een klein lagedrukgebied regende volledig uit boven de Ardennen en de Eifel. Slechts drie dagen regen, en de Maas bereikte de hoogste afvoer ooit gemeten.

We zijn een jaar verder en nu heeft de Rijn juist de laagste afvoer ooit. We zijn dan ook langdurig onder de invloed van hoge luchtdruk. Net als in 2018, 2019 en 2020 - toen het niet alleen zeer droog was, maar ook uitzonderlijk heet, met een nieuw nationaal hitterecord, boven de 40 graden.

Klimaatmodellen onderschatten die toename van zomerhitte, zei de vorig jaar overleden KNMI-expert Geert Jan van Oldenborgh. Zo is de warmste dag van het jaar in Nederland in Nederland nu al 4 graden warmer dan een eeuw geleden. Dat gaat ruim twee keer zo snel als modellen hadden verwacht.

Deze klimaatpuzzel is nog niet gelegd

Geldt die onderschatting vervolgens ook voor droogte en extreme regenval? De expert op het gebied van 'hardnekkig weer' is klimaatonderzoeker Dim Coumou, onder andere verbonden aan de Vrije Universiteit. Hij noemt het patroon in de laatste zomers opvallend, en zegt momenteel te onderzoeken of er inderdaad sprake is van onderschatting door modellen. Maar hij kan nog niet op de resultaten vooruit lopen.

Ook de Britse straalstroomexpert Tim Woollings van Oxford University zegt het nog bij vermoedens te moeten houden. "We weten dat klimaatmodellen de variabiliteit op korte tijdschalen vaak onderschatten. Het is dus mogelijk dat ze daar iets missen. Maar het kan ook de broeikastrend zijn."

Vrij vertaald: de afgelopen vijf zomers zijn heel extreem. Maar of dat toeval was, of dat klimaatverandering in praktijk sneller gaat dan verwacht - ook de beste experts moeten het antwoord nu nog schuldig blijven.