Onze zomers worden heter en er verdampt meer water. Dus moeten we proberen regenwater langer vast te houden, vooral op de droogtegevoelige zandgronden. Waterschappen proberen er slingerende beeklopen te herstellen, maken oevers overstroombaar en plaatsen extra stuwen en zelfs zandzakken. Maar ze krijgen ook hulp van de natuurlijke dammenbouwer.

De bever hoort van nature thuis in de Nederlandse rivierdelta. Maar het grootste knaagdier van Europa verdween in 1828 door bejaging uit ons land. Eind jaren tachtig werden bevers uitgezet in De Biesbosch en de Gelderse Poort. En die zijn sindsdien met een gestage opmars bezig.

Langs de Rijn en Maas leven inmiddels een paar duizend bevers en nu worden ook kleinere beken weer gekoloniseerd. En dat heeft gevolgen voor de waterhuishouding: de tot 1 meter 30 lange dieren knagen met groot gemak volledige bomen om, waar ze vervolgens waterlopen mee afdammen.

"Het verschijnen van zulke beverdammen is in principe positief", zegt droogte-expert Niko Wanders van de Universiteit Utrecht tegen NU.nl. "Achter die dam wordt water langer vastgehouden. Dat zorgt ervoor dat er ook meer water de bodem insijpelt, zodat de grondwaterstanden omhoogkomen."

Brabantse beek valt niet meer droog

Dat grondwater is de watervoorraad van de bodem. Als die in de winter weer wordt aangevuld, ontstaan in de zomer minder snel droogteproblemen. En de komst van een verse beverdam kan meetbaar verschil maken, zegt Jeroen Helmer van ARK Natuurontwikkeling.

"Een mooi voorbeeld van beverwerk op de zandgronden is de dam die bevers twee jaar geleden bouwden in de Astense Aa in Noord-Brabant. Die beek viel in 2018 nog droog, maar sindsdien houdt de bever de boel nat - met alle gevolgen voor de grondwaterstanden."

Zijn beverdammen dan ook beter dan menselijke ingrepen? Voor de natuur in elk geval wel, zegt Helmer. "Er zijn nogal wat stuwen in Nederland die niet passeerbaar zijn voor vissen. Vaak wordt een vispassage gemaakt met harde schotten om het hoogteverschil te overbruggen."

"Bevers kunnen een veel natuurlijkere oplossing bieden, waar vissen vaak nog wel doorheen kunnen. Wij ontwikkelen daarom een plan om de hulp van bevers in te zetten voor betere waterhuishouding in een gebied bij Den Bosch."

Beverdammen lopen over bij te hoog water

Een probleem met bevers is dat ze soms ook iets te enthousiast te werk kunnen gaan. Dan kun je hoge waterstanden krijgen waar je die liever niet hebt.

Er kunnen dan oppervlakten onder water komen te staan, zegt Wanders. "Maar ook bevers houden te hoge waterstanden in de gaten. Want te veel water achter de dam zorgt ook voor een gevaar voor instorting van hun dam. Dus ze zorgen dat er bij extreme situaties een overloop is om water af te voeren. Anders loopt de dam schade op."

Waar bevers terugkeren, treden beken vaker buiten de oevers. Daar kunnen allerlei andere soorten van profiteren.

Waar bevers terugkeren, treden beken vaker buiten de oevers. Daar kunnen allerlei andere soorten van profiteren.
Waar bevers terugkeren, treden beken vaker buiten de oevers. Daar kunnen allerlei andere soorten van profiteren.
Foto: Jeroen Helmers/ARK Natuurontwikkeling

Beaver deceiver kan uitkomst bieden

Als het toch uit de hand loopt, kunnen beheerders ook zelf maatregelen nemen, zegt Helmer. "Bijvoorbeeld met een beaver deceiver. Dat is een buis die in een beverdam wordt geplaatst om de waterstand weer te verlagen."

Helmer hoopt in elk geval dat de bever meer ruimte krijgt om water vast te houden in beekdalen. "Tot nu toe waren we druk met het zo snel mogelijk afvoeren van regenwater naar zee. Maar met de vierde droge zomer in vijf jaar moeten we ons afvragen of dat wel zo'n goed idee is."