In de serie Koplopers bezoekt NU.nl deze zomer duurzame projecten die ons een blik laten werpen in de toekomst van energie, warmte en (land)bouw. Deze week: de legkippen die alleen reststromen eten en de kippenboer die vindt dat we minder eieren moeten eten.

Eigenlijk hadden de deuren wagenwijd open moeten staan bij de kippenstal van Kipster in Beuningen. Maar door corona en daarna dreigende vogelgriep hebben nog maar weinig bezoekers een kijkje kunnen nemen in de stal, die volgens het bedrijf de transparantste van het land is.

Achter glas scharrelen tienduizenden kippen, die zich in hun vleugels mogen wrijven met drie sterren van het Beter Leven-keurmerk. Maar wat deze kippen vooral bijzonder maakt, is hun voer. Dat bestaat alleen uit reststromen: bakkersresten als gebroken beschuit en crackers, maar ook bijproducten van zonnebloemolieproductie. De Kipster-kippen eten geen voedsel dat nog geschikt is voor menselijke consumptie.

Ook bijzonder is dat Kipster zijn haantjes niet als kuikentjes vergast, zoals gebruikelijk is, maar nog groot laat worden. Na ongeveer veertien weken worden ze geslacht en wordt het vlees verwerkt in kippenballetjes.

Volgens medeoprichter Ruud Zanders moet het kringloopdieet de kern worden van een nieuw landbouwsysteem, dat rekening houdt met de ecologische grenzen van de aarde. De strijd tussen mensen en dieren om hetzelfde voedsel en dezelfde grond moet verleden tijd zijn, betoogt hij. "Er klopt echt iets helemaal niet aan ons systeem."

Zo grootschalig mogelijk

Zanders groeide op op het pluimveebedrijf van zijn ouders, dat hij in 1998 samen met zijn broer overnam. "We hadden drie kernwaarden: grootschalig, grootschalig, grootschalig", zegt hij. "Hoe kunnen we zo veel mogelijk product maken tegen zo laag mogelijke kosten? Dat had ik van huis uit meegekregen, maar ook in Wageningen geleerd."

Hoe anders ging het bij zijn grootouders: "Mijn opa's en oma's aan beide kanten hadden in Noord-Limburg kleine boerderijtjes. Een beetje land, een beetje koeien, een beetje kippen. Ons mam zegt nog altijd dat ze na de Tweede Wereldoorlog eigenlijk te weinig geld hadden om eten te kopen, dus de eigen boerderij zo goed mogelijk moesten benutten."

"Ze hadden een lange keukentafel, met negen kinderen, en aan het eind stond een hek. Daar stond letterlijk een varken. Als oma de bloemkool sneed, ging het blad, hop, naar het varken."

Goede granen zelf opeten

Dat dieren onze resten eten is geen nieuw idee, wil Zanders maar zeggen. Dat merkte hij ook toen hij eens een Afrikaanse delegatie rondleidde langs Nederlandse pluimveebedrijven. Zij wilden weten hoe ze hun kleinschalige bedrijven konden moderniseren.

"Ik vertelde dat je dan eigenlijk een goede stal moet bouwen, met goede luchtinlaat en klimaat, legnesten erin, voer- en watervoorziening erin. Je moet goed voer geven met goede granen en mais. Je moet alles optimaliseren."

"Toen keken ze me aan en zeiden: 'Maar Ruud, ben je nou helemaal gek geworden? Als wij goede granen en mais hebben, dan eten wij die zélf op.' Toen was ik veertig jaar oud en dacht ik ineens: dat is eigenlijk een heel goede opmerking."

In het Kipster-voer zit onder meer beschuit en eierschalen.

In het Kipster-voer zit onder meer beschuit en eierschalen.
In het Kipster-voer zit onder meer beschuit en eierschalen.
Foto: Jeroen Kraan

'Minder is beter'

Het traditionele pluimveebedrijf van Zanders en zijn broer ging in 2007 failliet. Voor de ondernemer was het een gitzwarte periode, maar ook een mogelijkheid om na te denken over hoe het anders kon. "Had ik in plaats van acht miljoen kuikens zestien miljoen kuikens per jaar moeten broeden? Of had ik juist twintigduizend kippen moeten hebben? Toen heb ik voor mezelf besloten dat grootschalig niet de juiste weg is."

Zo werd het kringloopdieet het uitgangspunt van Kipster, en wat Zanders betreft voor alle dieren die we wereldwijd houden. "Als iedereen zo zou werken als wij doen, dan maak je niet meer leidend wat mensen aan dierlijke producten willen eten, maar hoeveel dierlijke producten je eigenlijk kunt produceren volgens dat systeem. Hoeveel gronden hebben we waar niets anders groeit dan gras? Daar kun je zuivel op maken. En hoeveel reststromen hebben we die we aan varkens en kippen kunnen geven?"

"Op die manier kunnen we nog maximaal een derde van de huidige dierlijke eiwitinname consumeren. Ik denk dat wij de enige kippenboer zijn, misschien wel in de hele wereld, die zegt: je mag best wel af en toe een ei eten, maar minder is beter."

'Echt diervriendelijk bestaat niet'

Ook dierenwelzijn is volgens Zanders een prima reden om minder dierlijke producten te eten. "Het dierenwelzijn is bij ons min of meer geborgd. Ik zeg altijd 'min of meer', want echt diervriendelijk dieren houden is commercieel eigenlijk helemaal niet mogelijk. Wij doen echt ons best en mensen noemen ons heel diervriendelijk, maar degenen die daar het meest aan twijfelen, zijn wij zelf."

"De eieren worden uitgebroed in de broedmachine, dus de kuikens zien nooit hun moeder. Daar kun je wat van vinden. Wij geven de haantjes nog een leven, maar ze worden wel meteen van hun zusjes gescheiden. Daar kun je ook wat van vinden. De kippen moeten dood op het moment dat wij vinden dat ze dood moeten. Daar zit ik wel in een spagaat: we zeggen dat het diervriendelijk is, maar is het dat echt?"

Een van de twee Kipster-stallen in Beuningen.

Een van de twee Kipster-stallen in Beuningen.
Een van de twee Kipster-stallen in Beuningen.
Foto: Jeroen Kraan

Internationale groei als voorbeeld

Hoewel Zanders een voorstander is van kleinschalige pluimveebedrijven, wordt Kipster toch nog een stukje groter. "Hoewel wij zeggen dat we minder kippen moeten, gaan wij wel groeien. Ook internationaal, we zijn nu in Amerika aan het bouwen. Ik wil vooral laten zien dat dit een goed businessmodel is en dat je ook binnen de grenzen van de planeet prima een boterham kunt verdienen op de goede manier."

Slaat die boodschap aan? "Er zijn wel steeds meer boeren die ook met reststromen aan de slag gaan, maar de beweging om helemaal over te gaan zie ik eigenlijk niet. Ik snap dat ook wel, want het is ook een beetje beangstigend wat wij zeggen."

"Er zijn veel boeren die tegen mij zeggen: 'Ruud, wat jij zegt kan niet. Er zijn veel te weinig reststromen om al die dieren te voeren.' Dat klopt, maar de conclusie is niet goed. We hebben niet te weinig reststromen, maar te veel dieren."