Oceanen worden steeds warmer, ijskappen smelten steeds harder en ook wereldwijd stijgt de zeespiegel elke vijf jaar harder dan daarvoor. En onze eigen Noordzee dan? Die leek zich daar niet zo veel van aan te trekken en eeuwig in hetzelfde slakkengangetje omhoog te kruipen. Tot een Delftse onderzoeksgroep zich op de metingen stortte.

Dat slakkengangetje is het verhaal van de vorige eeuw. Gemiddeld steeg het zeewater in de Noordzee toen met 1,7 millimeter per jaar. Trek dat een eeuw door en je hebt een 17 centimeter hogere zeespiegel. Daar valt mee te leven.

Maar sinds begin jaren negentig is er jaarlijks een volle millimeter bij gekomen. Het water in Vlissingen, Hoek van Holland, Den Helder en Delfzijl stijgt sindsdien met gemiddeld 2,7 millimeter per jaar. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de TU Delft, dat verscheen in vakblad Environmental Research Letters.

Die ene millimeter maakt veel verschil; het verschil tussen een rechte en een kromme lijn, het verschil tussen een constante en een versnellende stijging. Een versnellende stijging kan op termijn veel hoger uitvallen: maximaal 1 tot 2 meter in 2100, en zelfs 3 tot 5 meter in 2150.

Wereldwijde stijging al dubbel zo snel

Voor wie internationaal klimaatonderzoek volgt, komt de versnelling niet als een verrassing. Oceanen worden steeds warmer en zetten daardoor uit. Gletsjers slinken in rap tempo en ook het ijsverlies op de grote ijskappen van Groenland en Antarctica is in een stroomversnelling gekomen. Er verdwijnt daar nu twee tot drie keer zo veel massa als tien jaar geleden.

Het effect op het watervolume in de oceanen valt tegenwoordig goed te meten met satellieten. Mede daardoor weten we dat de zeespiegelstijging sinds de jaren zestig wereldwijd aan het versnellen is.

En met de grote hoeveelheid satellietdata is die versnelling vrij nauwkeurig verder te volgen, op kortere tijdschalen. Rond de eeuwwisseling bedroeg de mondiale snelheid circa 3 millimeter per jaar. De afgelopen tien jaar was dat al ruim 4 millimeter en de afgelopen vijf jaar zelfs al 5 millimeter per jaar, aldus de Wereld Meteorologische Organisatie.

Zeespiegelstijging langs Nederlandse kust lastig te bepalen

Langs de Nederlandse kust is dat veel lastiger te bepalen. Dat komt door de lokaal zeer grote natuurlijke variatie: als we een jaar veel hogedrukgebieden hebben en relatief veel oostenwind, kan het waterpeil juist wat zakken. Is het jaar daarop onstuimig, met veel stormen vanaf de Atlantische Oceaan, dan kan de jaargemiddelde waterstand door opstuwing juist meerdere centimeters omhoogschieten.

De kunst is dus tussen zulk 'zeespiegelweer' de onderliggende trend te vinden. Daar is de Delftse onderzoeksgroep in geslaagd, door het effect van alle meteorologische factoren (windrichting, windkracht en luchtdruk) weg te filteren. "Dan bleek er statistisch wel een verschil te ontstaan in de gemiddelde snelheid van de twintigste eeuw en die van de afgelopen dertig jaar", zegt hoofdauteur Riccardo Riva tegen NU.nl.

In welk tempo die zeespiegelstijging nu verder gaat, is een ander verhaal. Er ontstaan sowieso verschillen van kust tot kust. Dat komt doordat er door klimaatverandering niet alleen meer water in de oceanen komt, maar ook de verdeling van dat water verandert.

Zo is Nederland minder gevoelig voor het effect van ijssmelt op Groenland en juist gevoeliger voor massaverlies rond Antarctica, zegt Riva. Ook het afzwakken van de Golfstroom, een oceaanstroming in de Noord-Atlantische Oceaan, kan leiden tot een uitvergroting van de zeespiegelstijging in de Noordzee.

Nederland zal toenemend gevolgen ondervinden

Zeespiegelexperts van het KNMI noemen het "ondenkbaar" dat Nederland op termijn onder het mondiale gemiddelde zal blijven. Dat zou beteken dat de zeespiegelstijging in de komende decennia ook bij ons verder zal versnellen.

"Het is inderdaad aannemelijk dat deze versnelling verder zal doorzetten", beaamt Riva. Dat zal dan uiteindelijk blijken uit de meetgegevens die hij met collega's bijhoudt. En op termijn ook uit de gevolgen, zoals verzilting van grondwater in polders, opstuwing van water in de grote rivieren en het langzaam verdrinken van wadplaten in de Waddenzee. Pas als er dan 's winters weer eens een flinke westerstorm opsteekt, merken we het verschil.