Insecten gaan dramatisch achteruit. Dat blijkt niet alleen in Nederland en Europa het geval te zijn, maar ook wereldwijd. Hoe zit het met de oorzaken? Intensief landgebruik staat bovenaan, maar nieuwere studies wijzen ook op klimaatverandering.

Het aantal vliegende insecten is in slechts 27 jaar met meer dan driekwart afgenomen. Dit nieuws veroorzaakte in 2017 een ware schokgolf. "Insectensterfte" werd een duurzaamheidsprobleem op zich en er ontstonden overal initiatieven om "bijen te redden".

Maar wat is eigenlijk de oorzaak van de razendsnelle achteruitgang? En gaan bijen, zweefvliegen, vlinders en vliegende kevers wel overal achteruit?

De studie uit 2017 keek naar de totale hoeveelheid vliegende insecten binnen natuurgebieden in het Duitse laagland. Volgens Nijmeegse ecologen, die het onderzoek leidden, is de waargenomen afname vermoedelijk ook representatief voor vergelijkbare natuurgebieden in Nederland.

Als insecten binnen beschermde gebieden achteruitgaan, is er geen reden om aan te nemen dat ze het beter zullen doen in steden of intensieve landbouwgebieden.

Verdwijnputten tussen versnipperde natuur

Waarschijnlijk is sprake van een optelsom van oorzaken, met als belangrijkste de intensieve landbouw. Die heeft op veel manieren invloed op insecten. Zo bieden monoculturen van dezelfde gewassen, omgeploegde akkers en uitgestrekte graslanden zonder bloemen weinig leefgebied.

Heeft dat ook invloed op natuurgebieden? Vermoedelijk wel. Zeker in Nederland is het landschap versnipperd. Soorten vliegen of waaien over het hek van een bos of heideveld en belanden in de naastgelegen maïsakker - die ze niet overleven.

Ecologen noemen dat een 'sink'. Hoe langer een sink bestaat (naast een natuurgebied), hoe meer soorten erin verdwijnen, en dus ook hoe kleiner de populaties in het 'beschermde' gebied ernaast.

Gifgebruik en stikstofvervuiling

Ook landbouwgif vergroot insectensterfte. Vooral giffen die speciaal ontworpen zijn om insecten te doden, de zogeheten insecticiden. Hele bijenvolken kunnen sterven als ze per ongeluk landen op een bloeiend koolzaadveld dat eerst is bespoten.

Mogelijk nog belangrijker is voedseltekort. Daar hebben vooral bestuivende insecten, zoals wilde bijen, zweefvliegen en vlinders last van.

De belangrijkste oorzaak zit hier in een ander milieuprobleem: stikstofvervuiling. Daardoor neemt het aantal bloeiende kruiden op veel plaatsen sterk af - niet alleen in weilanden, maar ook in natuurgebieden.

Ook klimaatverandering blijkt een insectenkiller

En klimaatverandering dan? Dat lijkt voor insecten in Nederland tot nog toe niet het grootste probleem. Droge zomers of juist stortbuien kunnen voor veel insecten nadelig zijn, maar dat geldt ook voor strenge winters, en die nemen juist af.

De Nijmeegse onderzoekers konden in 2017 dan ook geen sterke invloed vinden van klimaatverandering op de waargenomen afname.

Maar we zijn inmiddels vijf jaar verder en dat blijkt niet het mondiale plaatje. Vorige week verscheen in vakblad Nature een metastudie, die resultaten van veel verschillende insectenonderzoeken op een hoop gooit. In totaal werden zo 750.000 metingen van 20.000 verschillende insectensoorten geanalyseerd.

Conclusies zijn dat het probleem van insectensterfte inmiddels wereldwijd speelt en dat in veel van de zwaarst getroffen gebieden populaties al zijn gehalveerd.

Dat heeft niet een, maar twee hoofdoorzaken, schrijven de onderzoekers van University College London: intensieve landbouw én klimaatverandering. Met name in tropische gebieden blijken insecten gevoelig voor oplopende temperaturen.

"Onze bevindingen zijn misschien nog maar het topje van de ijsberg. Voor de tropen zijn weinig meetgegevens beschikbaar, terwijl we hebben vastgesteld dat de biodiversiteitsafname van insecten daar hoog is", zegt hoofdauteur Charlotte Outhwaite.