De mensheid is in staat om grote problemen te veroorzaken, maar ook op te lossen. Wat gebeurt er daarna eigenlijk? Als door een effectieve aanpak veel schade voorkomen wordt, kan het beeld ontstaan dat er überhaupt geen sprake was van een probleem.

Ook tijdens een pandemie kan het verrassend lang duren voor je als individu in aanraking komt met het veroorzakende virus. Voor sommigen duurt dat zelfs al meer dan twee jaar, vanwege het grote bewustzijn en maatregelen om de verspreiding te remmen.

In de tussentijd is negen op de tien volwassen Nederlanders ingeënt. Besmettingen die er dan nog tussendoor glippen, resulteren bijna altijd in milde ziekte.

Dan kun je de conclusie trekken dat door vaccinontwikkeling en preventief beleid veel gezondheidsschade is voorkomen. Of je kunt uit diezelfde statistieken - waaronder in Nederland ruim twintigduizend doden - concluderen dat het virus niet gevaarlijk is, en het probleem dus eigenlijk nooit bestond.

Zo kan draagvlak voor beleid afnemen, naarmate het effectiever wordt: de preventieparadox. Het keert ook terug bij milieuproblemen.

Wat is er gebeurd met die zure regen?

Zo wordt onder tegenstanders van milieubeleid wel eens gesuggereerd dat milieuproblemen modeverschijnselen zijn. Wat is er bijvoorbeeld gebeurd met de zure regen waar we in de jaren tachtig bezorgd om waren?

Die is zeker niet zomaar overgewaaid. De sterke verzuring werd voor de helft veroorzaakt door stikstofvervuiling en voor de andere helft door industriële zwaveluitstoot. Die zwavelvervuiling is door effectief milieubeleid zeer scherp teruggedrongen, waardoor de verzuring nu minder sterk is dan veertig jaar geleden.

Maar de stikstofvervuiling is wel nog steeds hoog, waardoor de bodem op veel plekken te zuur blijft. En de schadelijke gevolgen daarvan zijn weer cumulatief: hoe langer een bodem verzuurd is, hoe groter het kalktekort en de natuurschade.

Zo houdt zure regen ergens het midden tussen een milieuprobleem dat is opgelost en een probleem dat steeds erger wordt, maar dan onder een nieuwe naam.

De 'near miss' van de ozoncrisis

Er zijn ook klinkende succesverhalen van milieubeleid. Als je uit het treinraam kijkt, heb je tegenwoordig grote kans een buizerd of ooievaar te spotten. Die waren vijftig jaar geleden bijna volledig verdwenen in Nederland door grootschalig gebruik van het landbouwgif DDT. Hun herstel is een direct gevolg van het verbod op dit zeer schadelijke gif.

Zo zijn we ook als volledige mensheid langs het randje gegaan, toen (deels bij toeval) ontdekt werd dat industriële chloorfluorgassen (CFK's) de ozonlaag dunner maken. Deze luchtlaag op grote hoogte in de atmosfeer beschermt het leven op aarde tegen uv-straling van de zon.

Als het probleem later was ontdekt, of landen niet direct daarna waren gaan samenwerken, hadden planten, dieren en mensen een enorm probleem gehad. CFK's blijven zeer lang in de atmosfeer. Als je de kraan te laat dichtdraait, ben je bij sommige problemen ook daadwerkelijk te laat.

Bij de ozoncrisis waren we net op tijd: de ozonlaag vertoont inmiddels tekenen van herstel. Met dank aan één klimaattop is een ramp voorkomen. Maar over het belang van zulke toppen heerst tegelijk juist veel cynisme.

Mogelijk zwart randje bij succes Parijsakkoord

Stel nu dat landen in de komende jaren het roer omgooien en ook een klinkend succes maken van het Parijsakkoord, door de opwarming van de aarde te beperken tot niet meer dan 1,5 graad. We wenden dan de ergste gevolgen van klimaatverandering nog af, waaronder het risico van 1 tot 2 meter zeespiegelstijging in deze eeuw en 3 tot 5 meter voor het jaar 2150.

Ook de gevolgen voor natuur, landbouw, economie en weersextremen zullen slechts een fractie zijn van de klimaatramp die zou volgen als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt teruggedrongen.

Zal diezelfde paradox dan terugkeren en ontkenning van het klimaatprobleem (weer) toenemen naarmate de uitstoot steeds verder daalt? Misschien niet. Dit klimaatprobleem is niet zwart-wit, maar een grote schaal van erg tot erger. En voorlopig mikken we ergens halverwege.

Voor veel mensen een herkenbaar beeld: alwéér een negatieve test. Zo bevindt zich boven Nederland ook géén gat in de ozonlaag en zijn er wel meer problemen die in praktijk niet lijken te bestaan.

Voor veel mensen een herkenbaar beeld: alwéér een negatieve test. Zo bevindt zich boven Nederland ook géén gat in de ozonlaag en zijn er wel meer problemen die in praktijk niet lijken te bestaan.
Voor veel mensen een herkenbaar beeld: alwéér een negatieve test. Zo bevindt zich boven Nederland ook géén gat in de ozonlaag en zijn er wel meer problemen die in praktijk niet lijken te bestaan.
Foto: Rolf Schuttenhelm, NU.nl

Nederlander aan wie we veel te danken hebben

In elk geval wacht voor wetenschappers en politici die duurzaamheidsproblemen oplossen al met al zelden een heldenonthaal. In kleinere kring is dat (gelukkig) anders.

Vrijdag is het precies een jaar geleden dat de Nederlandse chemicus Paul Crutzen overleed. Aan zijn baanbrekende rekenwerk rond de afbraak van ozon door CFK's in de jaren tachtig danken we allemaal dat we komende zomer redelijk onbezorgd de zon in kunnen.

De meeste Nederlanders kennen Crutzen niet, maar in 1995 kreeg hij voor zijn verdienste wel de Nobelprijs voor Scheikunde. En collega-klimaatwetenschappers weten allemaal hoe belangrijk hij was.