Na decennialang gesteggel in Den Haag wil het nieuwe kabinet nu écht een kilometerheffing invoeren voor autobezitters. Rekeningrijden is haast onvermijdelijk geworden, want de opkomst van de elektrische auto dreigt een groot gat te slaan in de overheidsbegroting.

Toen premier Wim Kok in de zomer van 1995 bekendmaakte dat Nederland definitief zou gaan rekeningrijden, kon hij niet hebben verwacht dat hij het startschot gaf voor een strijd die nog vele jaren zou voortduren.

Na een reeks valse starts belooft ook het kabinet-Rutte IV werk te maken van de kilometerheffing, die in 2030 daadwerkelijk ingevoerd moet worden. Dan wordt de motorrijtuigenbelasting vervangen door een systeem waarbij de automobilist betaalt per kilometer.

Zo'n kilometerheffing moet de kosten van autogebruik eerlijker verdelen: de automobilisten die de wegen het meest gebruiken, zullen ook het meest betalen. Bovendien worden mensen gestimuleerd om minder vaak de auto te nemen, want de kosten van een rit zijn direct voelbaar in de portemonnee. De verwachte afname van het aantal gemaakte kilometers is ook weer goed voor de CO2-uitstoot van het wegverkeer.

Gaat iemand met een vervuilende auto meer betalen?

Het klimaateffect van rekeningrijden is het grootst als bezitters van vervuilende auto's meer per kilometer gaan betalen dan mensen met elektrische auto's, die geen CO2 uitstoten. Opvallend genoeg staat daar in het regeerakkoord niets over, terwijl wel wordt bevestigd dat bij de kilometerheffing geen rekening wordt gehouden met de tijd en plaats van autogebruik. Er komt dus geen spitsheffing op drukke wegen.

De plannen voor de kilometerheffing moeten nog worden uitgewerkt, zegt een woordvoerder van het ministerie van Financiën. Daarom is nu nog niet bekend of en hoe er rekening zal worden gehouden met de CO2-uitstoot van auto's. Peter Soonius, programmaleider mobiliteit bij milieuorganisatie Natuur & Milieu, noemt het een "enorme gemiste kans" als dat niet gebeurt.

Bovendien is er meer draagvlak voor een CO2-heffing dan voor een systeem dat rekening houdt met waar en wanneer een autorit wordt gemaakt, zegt Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de TU Delft. "Het maakt het systeem ook niet veel complexer, wat wel geldt voor een heffing naar plaats en tijd."

Elektrisch rijden levert staatskas minder op

Behalve voor het klimaat is rekeningrijden vooral goed voor de overheidsfinanciën. De opkomst van de elektrische auto zorgt er nu namelijk voor dat weggebruikers de staatskas steeds minder opleveren. Wie elektrisch rijdt, betaalt geen accijns op benzine of diesel, maar alleen een veel lagere energiebelasting bij het opladen van de batterij. Eigenaren van elektrische auto's zijn momenteel ook vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting en de aanschafbelasting (bpm).

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de overheidsinkomsten uit auto's gelijk moeten blijven. Maar in de jaren 2022 tot 2025 verwacht de overheid een tekort van bijna 600 miljoen euro, grotendeels door de teruglopende inkomsten uit accijnzen. Eigenlijk moet de komende jaren flink in de subsidies op elektrisch rijden worden gesneden om daarvoor te compenseren.

Maar het kabinet-Rutte III besloot dat niet te doen. Op Prinsjesdag werd vorig jaar aangekondigd dat er juist 600 miljoen euro extra subsidie voor elektrische auto's zou komen. Maar netto kwam er nauwelijks subsidie bij: het geld wordt bijna volledig gebruikt om het gat bij het ministerie van Financiën te dichten en te voorkomen dat bestaande subsidies wegvallen.

'Flink probleem voor de schatkist'

De inkomsten uit accijnzen zullen alleen maar verder afnemen als het elektrische wagenpark groeit. "Dat is een flink probleem voor de schatkist", zegt Van Wee. De kilometerheffing zou daar een eind aan kunnen maken. Dan gaan eigenaren van elektrische auto's immers ook betalen voor het weggebruik, zoals mensen met benzineauto's nu al via accijnzen doen.

Het invoeren van rekeningrijden is dus urgenter dan voor de eerdere kabinetten die een poging waagden. Onderzoekers van PwC verwachten dat 20 procent van het Nederlandse wagenpark in 2030 elektrisch is en dat de inkomsten uit accijnzen dan met 1 miljard euro zijn teruggelopen ten opzichte van 2020.

Er is daarom meer kans dat de kilometerheffing er nu écht komt, denkt Van Wee. Maar door de lange invoertermijn, die nodig is om wetten aan te passen en de technologie voor te bereiden, blijft er wel politieke onzekerheid. "Voor hetzelfde geld komt er een volgend kabinet dat het toch weer de nek omdraait."

We zijn benieuwd naar je mening over dit artikel. Klik hier om je feedback achter te laten in een korte vragenlijst van een minuut.