Denemarken, Costa Rica, Frankrijk, Ierland en Zweden verlenen geen nieuwe boorvergunningen meer en willen mondiaal een einddatum afspreken voor de winning voor olie en gas. De landen zullen Nederland oproepen hun voorbeeld te volgen, laten Deense functionarissen weten aan NU.nl. Ondertussen groeit de druk op investeerders om zich terug te trekken uit fossiele energie.

Als het aan demissionair minister Stef Blok (Economische Zaken en Klimaat) ligt, wordt er vanuit het Friese dorp Ternaard een nieuw gasveld aangeboord onder de Waddenzee. Dit leidt tot kritiek van onder andere UNESCO, dat dreigt de Werelderfgoed-status van ons grootste natuurgebied in te trekken.

Iets verder naar het noorden in diezelfde Waddenzee zou een nieuw ontdekt gasveld in de bodem blijven, zegt Jeppe Helstedt van het Deense ministerie van Klimaat en Energie. "We hebben besloten geen nieuwe boorvergunningen meer te verstrekken, en ook een einddatum gesteld voor de bestaande winning van olie en gas."

Denemarken is niet de enige. Op de klimaattop in Glasgow lanceerde het Scandinavische land samen met Costa Rica de Beyond Oil & Gas Alliance. In deelnemende landen krijgen boorbedrijven geen nieuwe licenties meer en stopt olie- en gaswinning uiterlijk in 2050. Rond dat jaar moet de wereld klimaatneutraal zijn, om de opwarming nog onder 1,5 graden te houden.

Onder andere Frankrijk, Ierland en Zweden sloten in Glasgow aan. Italië, Nieuw-Zeeland en de Amerikaanse staat Californië zeiden dit later ook te zullen doen.

Aanvullende aanpak gericht op bron klimaatprobleem

De Denen hebben hun aangescherpte energiebeleid begin december vastgelegd in hun nationale klimaatwet en hopen nu ook internationaal de lat te verhogen.

"De lancering in Glasgow was het begin", zegt Helstedt. "We willen dat het uitfaseren van olie- en gasproductie stevig op de internationale agenda komt en zullen andere landen blijven oproepen zich bij ons aan te sluiten."

Op dezelfde klimaattop besloot een grotere groep van ongeveer veertig landen en ontwikkelingsbanken per 2022 te stoppen met buitenlandse investeringen in kolen, olie en gas. En in de slotverklaring klonk voor het eerst kritiek op subsidies op fossiele brandstoffen.

Zo komt de fossiele industrie stapje voor stapje onder grotere druk, zegt directeur Nick Maybe van de diplomatieke denktank E3G. "Het besef groeit bij landen dat we met nationale uitstootdoelen niet snel genoeg opschieten en dat er dus internationaal een extra aanpak nodig is, gericht op de bron van het probleem: olie, kolen en gas."

'Landen én banken zullen zich verder terugtrekken'

Maybe verwacht dat de nieuwe klimaatcoalities een sneeuwbaleffect zullen hebben. "Zo zal Duitsland samen met het Verenigd Koninkrijk ook binnen de G7 lobbyen om fossiele investeringen terug te trekken."

"Bovendien wordt de impact op bijvoorbeeld banken onderschat. Die zoeken de veiligheid van de kudde. Als landen niet langer garant staan met exportkredieten zullen ook private investeerders zich sneller terugtrekken uit fossiele energieprojecten."

Nederland besloot halverwege de klimaattop van koers te veranderen en zich ook aan te sluiten bij dit initiatief. Die Nederlandse steun was volgens Maybe van invloed om ook Duitsland, Spanje, België en Frankrijk nog over te halen.

Hij denkt overigens dat de snelle steun van Italië binnen de EU een belangrijker kantelpunt was. Dat land is een grote investeerder in gaswinning in Noord-Afrika.

Eerder sloten Canada en de VS zich al aan. Ook dit klimaatinitiatief wordt gesteund door Denemarken.

Fossiele productie moet in acht jaar halveren

Het is ondertussen lastig te zeggen hoe het gaat met de olie- en gasindustrie. Vraag en aanbod schommelen sterk, waardoor de gasprijs na een forse dip in 2020 dit jaar naar grote hoogte is gestegen en producenten en exporteurs flinke winsten boeken.

Maar op lange termijn is dat niet per se goed voor de sector: juist doordat makkelijk winbare voorraden afnemen en de prijs stijgt, ontstaat een concurrentienadeel ten opzichte van duurzame energie, die uitsluitend goedkoper wordt.

Het voornaamste probleem voor de fossiele sector is paradoxaal genoeg dat die te groot is: als de geplande productie van kolen, olie en gas tot 2030 wordt gerealiseerd, brengt dat ruim twee keer zo veel CO2 in de atmosfeer als nog 'past' onder de Parijs-afspraken, waarschuwt VN-milieuprogramma UNEP.

Voor de strijd tegen klimaatverandering is krimp dus noodzakelijk. Dat belangenconflict benoemt ook het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Om de opwarming nog tot 1,5 graden te beperken, moeten nieuwe investeringen in fossiele energie stoppen, stelt het IEA. Denemarken probeert die boodschap in praktijk te brengen.