Het kabinet heeft plannen om het aantal windparken op de Noordzee flink uit te breiden. Ondertussen groeit het aantal windmolens op land langzaam, terwijl die ook hard nodig zijn.

Terwijl je dit leest staan er er bijna 500 windturbines te draaien op de Noordzee. Als het hard waait leveren zij samen 2,5 gigawatt aan stroom. Dat is zelfs op de drukste momenten genoeg om meer dan 10 procent van Nederland van elektriciteit te voorzien.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 meer dan 11 gigawatt moet worden opgewekt door windmolens op zee, dus er moet de komende jaren nog volop worden bijgebouwd.

Als het aan het demissionaire kabinet ligt, doet Nederland daar bovendien nog een flinke schep bovenop. Vorige week presenteerde demissionair staatssecretaris Dilan Yesilgöz-Zegerius (Economische Zaken en Klimaat) plannen om nog eens 10 gigawatt aan windenergie op zee mogelijk te maken. Eind 2031 moeten ook die extra windparken in gebruik zijn genomen.

Zo moeten de aangescherpte Europese klimaatdoelen worden gehaald. Door het aantal windmolens op zee nog eens bijna te verdubbelen moet er voldoende elektriciteit zijn voor bijvoorbeeld de elektrische auto's die over tien jaar in veel grotere aantallen over de Nederlandse snelwegen zullen zoeven.

Windmolen op land raakt uit de mode

Terwijl er steeds meer wordt ingezet op windenergie van zee, worden de doelen voor de opwek van windenergie op land niet gehaald. In 2013 werd afgesproken dat windturbines op land 6 gigawatt aan elektriciteit zouden opwekken in 2020, maar dat werd slechts 4,2 gigawatt. Omdat er nog veel windparken in aanbouw zijn, wordt het doel in 2023 wel gehaald, denkt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Maar nieuwe windprojecten op land komen nu nauwelijks meer van de grond: dit jaar werden er slechts zes subsidie-aanvragen gedaan, twee jaar eerder waren dat er nog 155. Voor zonneparken regent het ondertussen wel plannen. Maar ook windturbines op land blijven hard nodig om de klimaatdoelen te halen, zeggen experts.

Windparken stuiten vaak op bezwaren van omwonenden, onder meer vanwege geluidsoverlast en slagschaduw. Daardoor kan het lang duren voordat vergunningen worden afgegeven. Ondertussen heeft Raad van State een spaak in het wiel gestoken, door te bepalen dat er voor plaatsing van windmolens meer onderzoek naar de lokale milieueffecten moet plaatsvinden, omdat de landelijke normen niet voldoen.

Tegelijk werken gemeentes, waterschappen en provincies nog hard aan hun Regionale Energiestrategieën. Die leiden mogelijk weer tot een nieuwe ronde plannen voor windmolens op land. In de komende jaren moeten de lokale overheden besluiten waar nieuwe windmolens kunnen worden geplaatst.

'Zee is eigenlijk al heel vol'

Het is te hopen dat de bouw van windparken op land weer op gang komt, want het is geen oplossing om ons alleen op de zee te richten. Dat zegt Peter de Jong, programmaleider duurzame energie bij Natuur & Milieu. "De zee lijkt heel leeg, maar is eigenlijk heel vol."

Er moet ook nog ruimte blijven voor de natuur, scheepvaart en visserij. "We kunnen niet alle windparken van land naar zee verplaatsen. Dat past eenvoudigweg niet. We hebben allebei nodig."

Op zee zijn er weliswaar geen klagende omwonenden, maar wel veel botsende belangen. Dat erkent ook Yesilgöz-Zegerius. Zij denkt dat er tot 2030 zeker 2 miljard euro nodig is voor natuurbescherming en andere maatregelen die te maken hebben met de komst van windparken op zee, schreef ze aan de Tweede Kamer.

Dat is een veelvoud van het 'transitiefonds' van 200 miljoen euro dat vorig jaar werd opgericht voor de herindeling van de Noordzee. Daarmee worden onder meer vissers vrijwillig uitgekocht en wordt geïnvesteerd in natuurherstel.

'Omwonende moet meeprofiteren van windpark'

De Jong vindt dat de overheid manieren moet vinden om de bouw van windturbines op land weer aantrekkelijk te maken - niet alleen voor de ontwikkelaars van windparken, maar ook voor omwonenden. "Mensen moeten mee kunnen denken, maar ook mee kunnen profiteren. Bijvoorbeeld door te delen in de inkomsten van de windparken."

Bij het verlenen van subsidies zou de overheid niet alleen moeten kijken naar de betaalbaarheid van windparken, maar ook naar de kwaliteit van projecten, denkt hij. De subsidie kan worden gebruikt om omwonenden mee te laten profiteren, of om kosten te dekken die de windturbines minder storend maken. "Dat zou heel erg kunnen helpen."