Elke week beantwoordt NU.nl een klimaatvraag van een bezoeker. Deze week: wat gebeurt er met de opwarming van de aarde als we vanaf vandaag op morgen stoppen met het uitstoten van CO2?

Door het verbranden van steenkool, olie en aardgas komt er extra CO2 in de atmosfeer. Als gevolg daarvan loopt de temperatuur langzaam op.

NU.nl-lezer Bassoon wilde weten wat er gebeurt zodra die menselijke invloed op het klimaat stopt: "Hoe zit het dan met de opwarming? Er blijft dan nog steeds te veel CO2 in de atmosfeer - en dan blijft de temperatuur door het broeikaseffect toch stijgen?"

Het klopt dat de CO2 die wij toevoegen niet zomaar weer uit de atmosfeer weg is. Dat komt doordat CO2 niet kan afbreken in de lucht. Zolang de uitstoot hoog is, blijft de concentratie dus verder oplopen.

Die concentratie is nu ruim 50 procent hoger dan voor het begin van de industriële revolutie. Over dezelfde periode is de gemiddelde temperatuur op aarde zo'n 1,2 graden gestegen.

Als CO2-concentratie gelijk blijft, kan opwarming nog verdubbelen

Stel dat er vanaf morgen niet langer meer CO2 zou worden toegevoegd aan de atmosfeer dan eruit wordt opgenomen: dan zou de CO2-concentratie op de huidige waarde blijven liggen. De opwarming zou dan niet stoppen, maar nog heel lang na-ijlen.

In de eerste tientallen jaren zou er nog ongeveer een halve graad bijkomen - en in de eeuwen en duizenden jaren erna kan de opwarming bij een gelijkblijvende CO2-concentratie zelfs nog meer dan verdubbelen.

Dit weten we onder andere uit vergelijkbare periodes in het aardse verleden, zoals het plioceen, circa 3 miljoen jaar geleden. De CO2-concentratie lag toen rond het huidige niveau, terwijl het zo'n 3 graden warmer was (en de zeespiegels rond 16 meter hoger stonden).

Als menselijke CO2-uitstoot stopt, zakt de concentratie ook

Maar het is een belangrijk misverstand dat de CO2-concentratie constant zou blijven zodra de menselijke uitstoot stopt, zegt klimaatprofessor Susan Solomon van het Massachusetts Institute of Technology (MIT).

Zij deed onderzoek naar verschillende vormen van klimaattraagheid. Daarin spelen de oceanen een belangrijke rol. Die nemen nu niet alleen een deel van onze CO2-uitstoot op, maar ook ruim 90 procent van alle extra warmte die broeikasgassen vasthouden in de atmosfeer.

Zodra onze CO2-uitstoot stopt, ontstaat langzaam een nieuw evenwicht waarin de oceanen een deel van de warmte 'teruggeven' aan de atmosfeer, maar ook nog lange tijd doorgaan met het opnemen van CO2.

"Als we morgen zouden stoppen met uitstoten, zou er eerst nog wat CO2 uit de atmosfeer worden opgenomen door bossen. Maar dat is erg weinig", zegt Solomon. "Ook de oceanen raken uiteindelijk verzadigd, maar dat duurt veel langer. Over duizend jaar zal de CO2-concentratie nog steeds 20 procent verhoogd zijn als we morgen stoppen met uitstoten."

Als uitstoot stopt, blijft temperatuur op huidige niveau

Over diezelfde periode warmen de oceanen ook steeds verder op, waardoor ze steeds minder broeikaswarmte opnemen uit de atmosfeer. Gevolg is dat de luchttemperatuur dan verder omhooggaat. Die temperatuur- en CO2-traagheid heffen elkaar waarschijnlijk precies op, zegt Solomon.

"Het komt erop neer dat de temperatuur op aarde meer dan duizend jaar rond het huidige verhoogde niveau zal blijven liggen als de menselijke CO2-uitstoot morgen stopt."

Twee kanttekeningen zijn belangrijk. Ten eerste is dit een hypothetisch scenario - de uitstoot kan niet binnen een dag naar nul. In de meest optimistische scenario's hebben we daar mondiaal nog dertig jaar voor nodig, en stijgt de CO2-concentratie en temperatuur dus eerst nog een stuk verder.

Om ook gevolgen te stoppen is afkoeling nodig

Daarnaast treden ook de gevolgen van opwarming, zoals extreem weer, biodiversiteitsverlies, ijssmelt en zeespiegelstijging (sterk) vertraagd op.

Als de temperatuur verder constant blijft, zullen zulke gevolgen nog tientallen tot duizenden jaren toenemen. Om ook daar de rem op te zetten is eigenlijk nog iets anders nodig: afkoeling - richting het oorspronkelijke klimaat. De uitstoot moet dan niet naar nul, maar negatief worden.