Om ons energiesysteem te verduurzamen, kunnen we volgens experts niet meer om groene waterstof heen. Met name in de zware industrie wordt waterstof gezien als dé oplossing om de CO2-uitstoot sterk te verlagen.

Het is bepaald geen nieuw idee om waterstof te gebruiken als energiedrager. TNO-onderzoeker Marcel Weeda kwam daarover onlangs nog een rapport uit 1975 van zijn eigen instituut tegen. "Het had gisteren geschreven kunnen zijn", zegt hij.

Toen leidde de oliecrisis tot interesse in alternatieve brandstoffen, later werd waterstof gezien als dé manier om auto's minder vervuilend te maken. Maar toch kwam groene waterstofproductie niet van de grond: andere, goedkopere oplossingen lagen voor de hand. "De urgentie van het klimaatvraagstuk was er nog niet", aldus Weeda.

Dat veranderde allemaal met het Parijsakkoord uit 2015. "Nu is bijna iedereen waterstofexpert en doen alle bedrijven wel iets op het gebied van waterstof." We kunnen niet meer om waterstof heen als we de CO2-uitstoot in de komende decennia tot nul willen terugdringen. "Nu zie je wel die urgentie en nu gaat het ook niet meer weg. Dat is mijn stellige overtuiging."

Industrie kan via waterstof vergroenen

Waterstof wordt al op grote schaal gebruikt in de Nederlandse industrie. Dat is 'grijze' waterstof, die wordt geproduceerd met behulp van aardgas. Daarbij komt CO2 vrij. 'Groene' waterstof wordt gemaakt met behulp van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dit proces bestaat al decennialang, maar is momenteel nog veel duurder dan de productie van grijze waterstof.

Groene waterstof kan in de toekomst vooral van pas komen bij het verduurzamen van de industrie. Fabrieken die geen al te hoge temperaturen nodig hebben, kunnen over het algemeen direct op (groene) stroom in plaats van op fossiele brandstoffen gaan draaien. Waar wél zeer hoge temperaturen nodig zijn, zoals bij de productie van staal, biedt elektriciteit geen oplossing.

Waterstof moet het toch mogelijk maken om deze industrieën te vergroenen. Daarom zet onder meer staalproducent Tata Steel vol in op waterstof, om uiterlijk in 2050 CO2-neutraal te zijn.

Milieuorganisaties willen liever elektriciteit verduurzamen

Groene waterstof kan ook worden gebruikt om bijvoorbeeld olieraffinaderijen en kunstmestproductie minder CO2 te laten uitstoten. Sommige milieuorganisaties zien daar niets in, en zouden liever zien dat die industrieën zo snel mogelijk helemaal verdwijnen.

"Je zou heel specifiek moeten kijken naar: wat zijn de industrieën van de toekomst? En dan pas: kan waterstof daar een rol in spelen?", zegt Kirsten Sleven van Milieudefensie. Zij denkt dat beter eerst kan worden geïnvesteerd in het snel opbouwen van wind- en zonne-energie en het elektrificeren van de industrie.

Voorstanders van waterstof vinden het beter om olieraffinaderijen nu te vergroenen, omdat we voorlopig nog fossiele brandstoffen nodig hebben voor auto's, vliegtuigen en de productie van kunststof. "We kunnen wel snel van de aardolie af willen, maar dat is niet realistisch", aldus Weeda van TNO.

Bovendien is het belangrijk om nu al de techniek achter groene waterstof te ontwikkelen, vindt waterstofexpert Cor Leguijt van CE Delft. We kunnen niet pas in 2030 beginnen met het vergroenen van de niet-elektrische energieconsumptie, denkt hij. "Dan heb je echt een probleem. Dat is niet iets wat je eventjes regelt."

Drie soorten waterstof

  • Grijze waterstof wordt gemaakt met behulp van aardgas. Hierbij wordt CO2 uitgestoten. Deze vorm van waterstof wordt nu veel gebruikt in olieraffinaderijen en bij de productie van ammoniak.
  • Blauwe waterstof komt ook uit fossiele gassen, maar tijdens de productie wordt de CO2-uitstoot (grotendeels) opgevangen en opgeslagen. Zulke carbon capture and storage (CCS) is in Nederland nog nieuw maar technisch mogelijk, bijvoorbeeld in lege gasvelden onder de Noordzee.
  • Groene waterstof wordt gemaakt met elektriciteit. Als die elektriciteit wordt opgewekt via windmolens of zonnepanelen, komt er geen CO2 vrij.

Flinke investeringen nodig

Om groene waterstof breed te kunnen inzetten, moeten er nog grote stappen worden gezet. Eén daarvan is het optuigen van een transportnetwerk voor waterstof. De Nederlandse overheid heeft toegezegd 1,5 miljard euro vrij te maken zodat Gasunie een deel van het aardgasnetwerk geschikt kan maken voor waterstof. Zo kan er in de toekomst bijvoorbeeld waterstof via pijpleidingen worden uitgewisseld tussen industriegebieden in Rotterdam en de Eemshaven.

Verder moeten er veel meer electrolyzers worden geproduceerd, die daadwerkelijk groene waterstof kunnen maken met elektriciteit. De huidige wereldwijde productiecapaciteit voor zulke installaties wordt geschat op zo'n 200 megawatt per jaar. Om de Nederlandse en Europese waterstofambities voor het jaar 2030 te halen, zal die capaciteit razendsnel moeten worden uitgebreid.

Ook zal de overheid flink haar portemonnee moeten trekken. Groene waterstof is nu nog zo veel duurder, dat bedrijven zonder subsidie niet bereid zijn om hierin te investeren, vertelt waterstofspecialist Mathijs Groenewegen van BP. De oliegigant hoopt in de haven van Rotterdam als een van de eerste groene waterstof te gaan produceren.

"De Nederlandse overheid zal moeten bepalen welke mate van steun dit soort projecten krijgen", zegt Groenewegen. Voorlopig is het nog wachten op de uitkomst van de kabinetsformatie. "We verwachten daar na de formatie wel een beter beeld van te krijgen."

Nederland heeft 25 waterstofprojecten voorgedragen bij de Europese Commissie als "belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang". Wordt die speciale status toegewezen, dan mag Nederland staatssteun verlenen zonder de Europese regels te overtreden. Naar verwachting zullen verschillende bedrijven in het komende jaar definitief besluiten of ze groene waterstof gaan produceren in Nederland.