De prijs die bedrijven moeten betalen om 1 ton CO2 uit te mogen stoten, steeg deze week naar een recordhoogte. Waardoor komt dat en wat voor effect heeft het?

Al sinds 2005 heeft de Europese Unie een systeem waarmee CO2-uitstootrechten verhandeld kunnen worden. Dit zogenoemde emissiehandelssysteem (ETS) wordt gebruikt door grote bedrijven die veel CO2 uitstoten. Zij krijgen elk jaar een bepaalde hoeveelheid uitstootrechten gratis; gaan ze daaroverheen, dan moeten er extra uitstootrechten worden gekocht.

Bedrijven die juist weinig uitstoten, kunnen hun overgebleven rechten verkopen. Dat moet het bedrijfsleven aansporen om te vergroenen. Het verlagen van de eigen CO2-uitstoot kan winst opleveren, als de kosten van vergroening lager zijn dan de opbrengst uit de verkoop van CO2-rechten.

Lange tijd was de CO2-prijs erg laag. Tussen 2012 en 2017 schommelde de prijs voor de uitstoot van 1 ton CO2 tussen de 3 en 7 euro. Zo'n klein bedrag was voor bedrijven niet genoeg reden om de uitstoot terug te dringen.

Critici riepen op om het ETS af te schaffen, of op zijn minst flink te herzien. Mikpunt van veel kritiek was de ruime vrijstelling die veel bedrijven kregen, waardoor zij geen uitstootrechten hoefden in te kopen, of zelfs zonder te vergroenen geld konden verdienen met de verkoop van 'gratis' CO2-rechten.

In het afgelopen jaar is de CO2-prijs plotseling omhooggeschoten. Inmiddels moet voor de uitstoot van 1 ton CO2 een recordprijs van rond de 70 euro worden betaald. Daarmee beginnen vervuilende bedrijven hun uitstoot flink in de portemonnee te voelen.

Zij kunnen minder winst maken, of moeten de kosten doorberekenen aan hun klanten. De bedoeling is dat duurzame producten daardoor beter kunnen concurreren met de niet-duurzame alternatieven die traditioneel goedkoper waren.

Dat deze aanpak begint te werken, bleek dinsdag uit een rapport over de toekomst van Tata Steel. Daarin concludeerde consultancybureau Roland Berger dat Nederlandse en Europese CO2-heffingen ervoor zorgen dat de kosten van groene staalproductie dichter bij die van productie met steenkool komen.

De CO2-prijs stijgt omdat er elk jaar minder uitstootrechten beschikbaar zijn. Daardoor worden de rechten die nog over zijn duurder. Ook krijgen bedrijven minder uitstootrechten gratis.

De prijsstijging heeft daarnaast te maken met de hoge aardgasprijs. Die zorgt ervoor dat meer elektriciteit wordt opgewekt met steenkool, waarbij meer CO2 wordt uitgestoten. Daarvoor moeten uitstootrechten worden ingekocht. De hoge CO2-prijs kan ervoor zorgen dat het toch aantrekkelijker blijft om aardgas te blijven verbranden, in plaats van meer vervuilende steenkool.

De geplande aanscherping van het Europese klimaatbeleid, met de nieuwe ambitie om de CO2-uitstoot in 2030 met 55 procent terug te dringen ten opzichte van 1990, heeft ook al effect op de huidige CO2-prijs. Speculanten zien een interessante markt, omdat zij verwachten dat de prijs in de komende jaren zal blijven stijgen, vertelt analist Florian Rothenberg aan EurActiv.

Het ETS leidt wel tot zorgen over de concurrentiepositie van de Europese industrie. De CO2-prijs geldt alleen voor bedrijven binnen de Europese Unie. Daarbuiten wordt CO2-uitstoot vaak niet of nauwelijks beprijsd.

Dat kan ervoor zorgen dat bijvoorbeeld staal uit Europa duurder wordt, en niet meer kan concurreren met staal uit landen zonder CO2-heffing. Het gevolg is dat de productie zich verplaatst naar plekken waar het niet loont om de uitstoot terug te dringen. Dit wordt 'koolstoflekkage' genoemd.

Europa werkt daarom aan een CO2-grensheffing. De Europese Commissie wil bij de import van bepaalde producten, zoals staal, cement en kunstmest, een importheffing rekenen die gelijkstaat aan de CO2-prijs die binnen de Europese Unie zou moeten worden betaald.

Ondertussen wordt gewerkt aan een mondiale CO2-prijs. Tijdens de klimaattop in Glasgow is een overeenkomst bereikt over het aan elkaar koppelen van CO2-prijzen in verschillende landen en regio's. Dat is de uitwerking van een afspraak die al werd gemaakt in het Parijsakkoord van 2015.

In theorie moet het in de toekomst bijvoorbeeld mogelijk worden voor een Europese staalfabrikant om CO2-uitstootrechten te verkopen aan een Chinese steenkoolcentrale. In de praktijk is zo'n systeem nog ver weg.